Categorie archief: WE-300

Oma Duck en de hoogbegaafde muis.

Eindelijk heb ik hem en kan ik hem vandaag ergens in het bos zetten. Van Marijke O. heb ik vorige winter twee levende muizenvallen opgestuurd gekregen. Het logje daarover staat hier. Het was weer zo ver. Vorige week zag Leo een muis door de kamer lopen. Ik mijn muizevalletjes weer tevoorschjn gehaald en opgezet. De eerste nacht had ik al meteen een muisje, een heel kleintje. Hij mocht van mij helemaal alleen gaan buitenspelen. Maar de muizen waren niet weg. of meerdere Er zat één muisje bij mijn afvalemmer. Wij hebben gescheiden afval – voedselafval wordt hier vergast tot compost en biogas, schrijf ik nog wel eens over – en de muis (zen) knaagde(n) een gat in de plastic zak. Na twee dagen de muizevallen in de kamer te hebben laten staan, ontdekte ik dat ik meteen hele slimme muis te maken had. Een van de twee muizevallen heeft een dichte achterkant. Dat maakt dat je heel moeilijk het voedsel aan het pinnetje krijgt en dat de muizenval nogal stroef dichtgaat. De andere muizenval heeft een pinnetje aan de achterkant waardoor hij open kan. Die muis was zó slim, dat hij het eten uit de ene muizeval kreeg zonder dat het pinnetje voldoende bewoog om de val te laten dichtslaan en bij die andere duwde hij het pinnetje omhoog als de val was dichtgeslagen, zodat hij aan de achterkant er weer uit kon. Toen had ik er genoeg van. Ik heb de muizeval op de deksel van de compostbak gezet. Gisteravond was drie keer het eten eruit zonder dat de val dichtsloeg en ik vroeg me af hoe dat kwam. Dit keer was het mijn schuld. Ik had er geen rekening meegehouden dat die veer naar voren omslaat en daar had hij de ruimte niet voor omdat de onderkant van de wasbak ervoor zat. Toen ik dat had opgelost, heb ik de achterkant met plakband dichtgeplakt en bovendien klem gezet, zodat het klepje niet open kon. En ja, een uurtje later had ik een dikke, vette door mij dagenlang met kaas en pindakaas gevoerde muis gevangen, een SCHATJE!! Maar toch ga ik hem niet houden, hij mag in het natuurreservaat gaan wonen.
004
Mijn volgende logje is in het Engels voor een keer. Ik ben namelijk aan het quilten, hele mooie nieuwe patronen, en ik heb een online quiltcursus gekocht. De lerares moedigt ons aan om aan het eind van de week in te sturen wat je hebt gedaan en je gedachten erbij. Dat ga ik doen en dan geef ik er Engels commentaar bij voor die arme Amerikanen die alleen maar Engels spreken…… Er komen nog logjes over – mijn serre, – mijn aardappels – de manier van vuil ophalen hier – en over mijn liefde voor geschiedenis en genealogie. Ook speel ik met een nieuw WE300-logje. Ik heb het echter erg druk en logjes schrijven komt er niet zo van de laatste tijd. Maar ja: zoals ik ook aan andere bloggers schrijf: je kan schrijven op je eigen blog wanneer en wat je maar wilt en dat kan dus ook inhouden dat je NIET schrijft. Liefs van mij en jullie horen weer.

Oplossing WE 300

Eerst liet ze het eten steeds vaker aanbranden. Nu kon ze al helemaal niet meer koken. De liefde van zijn leven, zijn sterke, lieve, veelzijdige vrouw zat in een stoel of liep onrustig mompelend rond. “Waar is Corrie nou”, riep ze voor de tiende keer. In het begin had hij uitgelegd dat Corrie overleden was. Dan was ze hartverscheurend gaan huilen en bijna niet te kalmeren geweest. Na een poosje begon dan alles weer van voren af aan, dus zei hij nu steeds dat ze nog op school zat.
Zij, die zoveel kennis had gehad van geneesmiddelen uit de natuur, kon zichzelf niet genezen.
Had hij nu maar beter opgelet als ze enthousiast vertelde over haar kruiden en waar ze tegen hielpen. Ze vond altijd dat hij maar half luisterde en dat was ook zo. Maar IETS ervan had hij toch onthouden. Voor de langste dag aanbrak, had hij het vingerhoedskruid geplukt, de digitalis. Hij had het gemalen en er een stroopje van gekookt met veel suiker en dat vermengd met water. Het bleef op de bodem liggen. Voorzichtig warmde hij het mengsel op en voegde nog wat honing toe. Langzaam maar zeker trok de kleur door de hele karaf en werd het mengsel egaal. “Kom, we gaan slapen. Drink maar lekker op” zei hij vriendelijk en schonk het mengsel in een glas. Gedwee dronk ze alles leeg en liet zich instoppen. Hij ging naast haar liggen, hoorde hoe ze in slaap viel en daarna steeds langzamer ging ademen. Tenslotte hield ze helemaal op. Toen hij zeker was dat ze niet meer leefde, kwamen de tranen. Nog één ding stond hem te gebeuren. Langzaam schonk hij de rest van het mengsel in het glas van zijn vrouw en dronk het in één lange teug leeg. Toen ging hij liggen wachten…

Telefoongesprek

Ha Pappa, hoe gaat het?……..
Sorry dat we niet op bezoek konden komen,maar ik was even met mamma bezig………
O, je had het al gehoord, van wie dan? ………
Ja, in het park. Mevrouw Pameijer kwam natuurlijk weer net langs met haar grote neus. Nu weet heel de buurt het weer. Ik was al aan het zoeken geweest, want toen ik uit school kwam, vond ik twee lege flessen……….
Ja, ik denk dat ze ze achter de boeken had verstopt. Ik heb ook de bankkaart gevonden. Die hou ik wel bij me, goed? …….. Ja, ik weet de code………….
Nee hoor, ging wel. Ik heb haar op de wc gezet en haar helemaal uitgekleed. Ze is wel zwaar als ze zo helemaal slap is, maar ik ben het wel gewend. Ze stonk naar overgeefsel. Toen heb ik haar een beetje gewassen en op bed gelegd. Nu ligt ze al vanaf 4 uur te slapen. Als ze vanavond nog wakker wordt, heb ik eten voor haar, maar ik denk dat ze tot morgen doorslaapt. ………..
Ja zelf gekookt, spaghetti met saus…… Ja goed hè? Het is best lekker………
Zaterdag? Maar dan ben jij toch nog niet uit het ziekenhuis?………….
Nee, ik vier het niet, echt niet! Als mamma het weer op haar heupen krijgt, ik wil niet dat mijn vriendjes dat zien en dan Oom Hans en tante Hilda zeker? Je weet dat die hun mond niet houden en dan gaat mamma ruzie maken op mijn verjaardag……. Nee, echt niet……. Nee, ook niet in het ziekenhuis…… Ja joh, komt wel goed met dat cadeautje…………..
Ja, ik weet ook wel dat ik maar één keer tien jaar word, maar volgend jaar word ik elf en dan vieren we het groots. Word jij nou eerst maar beter! ……….. Nou, niet huilen, we komen morgen weer of ik kom alleen…….

Dit is mijn WE-bijdrage voor deze maand. Het onderwerp was :BELASTING. Hier kun je vinden wat WE 300 is.

Bij de therapeut.

Hij:

Ik houd echt veel van haar, maar ik mag het nooit tonen. Als ik haar wil omhelzen zegt ze knorrig dat ze aan koken is, of -nog erger-: ze bevriest. Als een houten klaas blijft ze in mijn armen staan.
Daarom had ik laatst iets leuks bedacht. De kinderen bleven bij een vriendje logeren. Ik had uit mijn werk een picknickmand gekocht, een fles wijn en haar favoriete tapas bij die nieuwe traiteur in het winkelcentrum. Ik had een roeibootje gehuurd en heb haar verrast met een picknick op een eilandje midden in de Bergse plassen. Dat hoef ik ook nooit meer te doen. Ze kan er gewoon niet van genieten!

Zij:

Ik hou echt wel van hem hoor! Maar hij loopt altijd als een jonge hond om me heen te hijgen. Ik krijg nooit eens rust. Ik krijg er wat van! Kijk, ik hou er bijvoorbeeld van om een vast weekmenu te hebben . Dan weet ik op maandag al dat we op vrijdag aardappelpuree met vis en doperwtjes eten. Daar verheug ik me dan de hele week op. Dan komt hij vrijdagavond ineens thuis met het bericht dat ik niet hoeft te koken, want hij heeft een verrassing. VERRASSING??? PANIEK, PEEUW!!! Ik wil helemaal geen verrassing. Ik wil vis met doperwtjes! Heeft hij heel lief tapas gekocht en wil dat dan ‘romantisch’ op het eilandje in de Bergse Plas gaan opeten met een fles wijn erbij. Ik hou echt wel van tapas, maar ik wil er op voorbereid zijn. Ik kan dat niet aan, dat onverwachtse. Weet u, eigenlijk probeer ik mijn leven zo leeg mogelijk te houden, anders kan ik het niet behappen. U zult het misschien raar vinden, maar soms hoop ik gewoon dat hij besluit vreemd te gaan. Dan heb ik tenminste rust.

Een jaar later gingen ze scheiden……

Dit is de WE-300 van deze maand. De opdracht luidde: “schrijf een verhaal van exact 300 woorden (afgezien van de titel) dat over het onderwerp AFWISSELING gaat. Het woord afwisseling mag echter niet in de tekst voorkomen.. Wil je meer weten, kijk dan hier

WE-300 Afscheid


Zowel vader als moeder kwamen uit een binnenschippersfamilie, hun ouders en grootouders ook. Schippersvolk is een speciaal volk. Ze hebben een hard, maar vrij leven. Je bent volledig eigen baas en werkt altijd zij aan zij, maar één ding hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van iedere schippersouder: Als de kinderen zes jaar zijn, moeten ze aan wal op school. Ik was de oudste in ons gezin en toen ik zes jaar was, ging ik naar de Schippersschool in Dordrecht. In het weekend kwam ik weer aan boord, tenminste als mijn ouders niet in Hamburg of Keulen lagen, dan moest ik 14 dagen en soms drie weken op school blijven. Als ik soms niet terugwilde, werd mijn moeder boos en riep dat ze het veel te druk had om mij erbij te hebben. Ik beloofde haar dan in tranen dat ik haar zou helpen. “Ga nou maar, volgende week zie ik je weer” zei ze dan. Nooit liep ze met me mee tot aan de kade om me uit te wuiven. Ik dacht altijd dat ze me liever kwijt dan rijk was. Op een keer was ik iets vergeten. Toen ik terugkwam naar de kajuit, zat mijn moeder te huilen . Toen ze mij zag binnenkomen, veegde ze snel de tranen met haar schort af. Ik begreep dat ze toch om me gaf en me miste, maar dat niet wilde laten merken.
Toen mijn vader overleed, was ik al volwassen en ze kwam aan wal wonen. Later werd ze ziek en kwam in het ziekenhuis terecht. Hoewel ik een gezin had, zat ik bijna altijd aan haar bed. Op een gegeven moment ging ik even een kop thee halen en toen ik terugkwam, was ze overleden! Ze was er gewoon tussenuit geknepen, weer zonder behoorlijk gedag te zeggen. Zo was ze…..

De WE-300 is een initiatief van Plato.wordpress.com. De opdracht is om een verhaal te schrijven over het maandelijkse thema (deze maand is dat :afscheid), dat precies 300 woorden bevat zonder de titel en waarin het themawoord alleen maar in de titel genoemd mag worden.

Kerstfeest

Aan mijn deur komen twee buurjongens, de ene is tien en de andere is ongeveer 5. “Wilt u DVD’s en boeken voor Kerstmis kopen?” vraagt de oudste die duidelijk de leiding heeft. Ik denk dat ik het verkeerd verstaan heb. “Voor Kerstmis?” vraag ik. Hij knikt van ja, zijn broer doet op de achtergrond vol overgave hetzelfde als ik ook hem vragend aankijk. “Maar het is nog maar half augustus” zeg ik. Hij moet een beetje lachen en zegt op de toon die je gebruikt als je een bang kind of een ernstig zieke patiënt toespreekt: “Maar u krijgt het nog niet meteen hoor! U bestelt het eerst en dan later komt het binnen…” Nu begrijp ik het, maar ik wil ook weten wat ik dan kan bestellen. Hij tovert van onder zijn jas een tijdschrift tevoorschijn waarin alles staat wat je kan bestellen, het is dus net zoiets als Unicef, maar dan anders…. Het boek staat vol met zoetige en gedateerde romans, detectives en familiefilms, allemaal helemaal in het zweeds. Na lang zoeken vind ik
een boekje met zweedse grappige uitspraken, een met sages en een met bezienswaardigheden door heel Zweden, die bestel ik. Alle nummers worden hardop naar de jongste gezegd, die het dan aantekent op een grote lijst, zijn broer verbetert hem iedere keer met steeds meer ongeduld.
Ik vraag of ik nu al moet betalen, maar dat hoeft niet. “Ja”, zeg ik verontschuldigend, “ik moet hier alles vragen, ik weet niks, ik ben maar een domme Hollandse vrouw, die niks van jullie feestdagen weet”…. Terwijl de oudste geruststellend glimlacht, knikt de jongste enthousiast meewarig naar me. Hij is het helemaal met me eens.
Kerstmis, ik ben er helemaal klaar voor! Nu alleen nog 25 kilo appels tot sap verwerken en dan 25 kilo tot moes en 10 kg. appels drogen……..

WE-300 Familiebanden

Beide overgrootvaders van moederszijde waren zware alcoholisten. Mijn oma’s vader was bakker en had een hele goede baan. Door zijn dronkenschap is hij alles kwijtgeraakt, heeft zelfs een poosje in de gevangenis gezeten. Daarna zijn ze met het hele gezin naar Rotterdam gegaan om opnieuw te beginnen. Hij werd 96 jaar. Toen hij lang en breed in het bejaardencentrum zat, is hij een keer ontsnapt en heeft zich vol laten lopen in een naburig café. Mijn overgrootvader + de rekening werden daarna aan het bejaardenhuis afgeleverd!
Mijn opa’s vader was kerktorenspitsenbouwer. Kerken werden van steen gebouwd, maar de spitsen waren van hout. Hoewel mijn overgrootvader vaak dronken was, heeft hij ook tijdens de crisisjaren altijd werk gehad, zo goed was hij. Mijn opa had een aantal oudere zussen die goed van de tongriem gesneden waren (en ook sterk!)en hun vader soms flink van katoen gaven. Het schijnt dat hij een keer van de trap is gegooid door een van die meiden toen hij dronken thuiskwam.
Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in de moederskant van de familie. Ik heb de namen van 10-11 generaties teruggezocht. Omdat ik op hen lijk, drink ik helemaal geen alcohol en is het na tien jaar eindelijk gelukt met roken te stoppen, nu alleen de computerspelletjes nog.

Mijn vaders kant van de familie komt uit Zeeland. Hoewel ik in eerste instantie niet geïnteresseerd was in die kant (kleine boeren), ben ik toch maar aan zijn genealogie begonnen. Tot mijn stomme verbazing kwam ik daar op de lijn van Wolffert van Borssele uit! Hij zit in de zgn. Koningslijn, stamt af van Karel de Grote die weer afstamt van Juda en daardoor ook van Adam en Eva.
Uiteindelijk doen we dàt allemaal, maar het is heel bijzonder als ineens de naam van Juda als voorouder op je computerschermpje verschijnt!

WE 300 (Bloed)link

Kijk, ik heb echt veel zelfbeheersing, hoor, normaal gesproken. Ik ben heus niet zo’n macho, maar ik ben natuurlijk wel een echte vent. Ik hou gewoon van lieve, volgzame vrouwen. Ze hoeven heus niet onderdanig te zijn, maar ze moeten me niet in alles tegenspreken. Toen ik mijn vrouw leerde kennen wàs ze ook zo, een lot uit de loterij, dacht ik. Ik kreeg een goede baan als geschiedenisleraar en twee dochters. Kijk, mijn vrouw was na de bevallingen natuurlijk niet meer dat frisse jonge meisje waar ik mee getrouwd was, maar dat vond ik niet eens zo erg. Het was meer dat ze…, ze kon soms zo kritisch naar me kijken. De kleren voor de meiden kocht ze zelfstandig, alla, maar ze vroeg me ook niet meer om mijn mening. Op een dag kwam ik thuis en toen had ze gewoon een nieuw vloerkleed gekocht! Nou vraag ik je!
Toen kwam er een lief meisje in mijn klas zitten, net zo slank en volgzaam als mijn vrouw vroeger was. Tja, en wat moet een man dan? Hoe ze het deed, weet ik niet, maar ze kwam er achter. Ze dreigde alles bekend te maken als ik de relatie niet zou verbreken. Dan zou ik mijn baan verliezen, want het meisje was nog minderjarig. Ze zijn niet mals met dat soort dingen op een Christelijk Middelbare school. Ik zou de achting van mijn dochters verliezen en misschien zouden ze me zelfs niet meer willen zien. Meisjes op die leeftijd zijn erg gevoelig, tenslotte is mijn oudste maar twee jaar jonger dan mijn vriendin. “Je verbreekt die relatie morgen, anders maak ik het aan iedereen bekend. Ben jij nou een vent?” Dat had ze nou niet moeten zeggen. Ik, geen vent? Dan vraag je er toch om om vermoord te worden?