Categorie archief: verhaal schrijven

De dag dat ik acht jaar werd……..

Sinds een aantal maanden, heb ik op Facebook een site gevonden die heet “Je bent een echte Rotterdammer als je……” Via hun ben ik ook op de Facebooksite gekomen van de lagere school waar ik in de eerste en tweede heb gezeten (de Mare).
Voor een kind is een verjaardag altijd een belangrijke dag. Ik keek er al maanden naar uit. Bij ons thuis was het de gewoonte dat je verjaarscadeaus ’s nachts in je kamer gezet werden en als je dan wakker werd, vond je ze, maar mocht ze nog niet uitpakken. Toen ik naar school ging, mocht ik natuurlijk trakteren en dan mocht je de klassen rond om ook de leerkrachten van andere klassen te trakteren. Je mocht dan twee meisjes uitzoeken om mee rond te gaan. Bij iedere leerkracht kreeg je een kaart of een plaatje en dat koesterde je dan een hele tijd.
Toen ik zeven jaar zou worden (in de eerste klas), had ik dat een paar meisjes verteld van te voren. Nu was ik niet een kind dat bij de populaire meisjes van de klas kon horen. Ik was te afwijkend. Ik had veel fantasie, was een ‘zwerver’ en had een vreemde moeder die mij beslist nooit geleerd had hoe je je ‘hoort’ te gedragen. Mijn hele leven al heb ik ondervonden dat er altijd mensen zijn die dat heel bedreigend vinden. Ik ben te onverwacht, er wordt verondersteld dat ik arrogant ben. Op de kleuterschool had ik er al iets van ervaren, maar nu ervoer ik dat in volle hevigheid. Maar zo tegen mijn verjaardag trokken al die meiden erg bij en werden echt heel aardig. Omdat ze daarvoor heel vervelend tegen me waren geweest, was ik natuurlijk erg gevleid en koos de twee grootste pestkoppen (lees:de twee populairste meisjes) uit om de klassen mee rond te gaan… Na mijn verjaardag draaiden ze als een blad aan de boom om en begonnen weer te pesten. Toen ik er een opmerking over maakte, vertelden ze openlijk dat ze alleen maar aardig waren geweest om gekozen te worden de klassen mee rond te gaan. Ik was hevig geschokt. Ik had er nooit aan gedacht dat iemand bewust zou kunnen slijmen om iets gedaan te krijgen. Ik besloot dat ik ze niet kon vertrouwen en dat ik me verre van ze zou houden. Dat maakte dat ik nog ongrijpbaarder werd en dat ik dus meer gepest werd.
Mijn moeder heeft nog een keer een brief geschreven aan juffrouw Middelkamp erover. Juffrouw Middelkamp was de liefste juf van de wereld. Ze werd zelfs niet boos als iemand iets deed wat niet door de beugel kon, tenminste: ze kéék niet boos, maar trok haar wenkbrauwen heel hoog op en zei op verbaasde, gekwetste toon wat ze te zeggen had. Juffrouw Middelkamp schreef terug dat ze niets had gemerkt van pesten, maar dat ik een meisje was met vele talenten, dat ik gedichten zo maar uit mijn hoofd kon opzeggen na een keer lezen en allerlei leuke spelletjes wist te verzinnen op het schoolplein en dat ze vermoedde dat een en ander de jaloezie van de meisjes had opgewekt. Ze zou er verder op toezien.
Als je een kind bent, weet je niet dat je goed in iets bepaalds bent, want dat hoort bij je. Ik heb altijd al een uitstekend geheugen gehad. Ik weet nog dingen van dat ik anderhalf jaar oud was dat staat HIER(KLIKKLIK) beschreven en ik meen me zelfs te herinneren dat ik buiten in de kinderwagen lag en dat ik dan wakker werd en de zon door de bomen zag schijnen. Toen ik zeven was, had ik blijkbaar wel al ontdekt dat de meeste mensen snel vergeten en ik besloot mijn tijd af te wachten. Tegen de tijd dat ik acht jaar werd, besloot ik volledig mijn mond erover te houden in de verwachting dat die meisjes niet meer zouden weten wanneer ik precies jarig was. En dat was ook zo. Ik verheugde me erop dat ik ineens naar school zou komen en dan jarig zou zijn en trakteren en dat die twee meiden dan NIET gekozen zouden worden om mee de klassen rond te gaan. De dag voor mijn verjaardag gebeurde er iets onverwachts. Meester van Wijk was ziek en zijn klas, de vijfde, werd verdeeld over de andere klassen, er zaten er ook een paar achterin onze klas. Op een gegeven moment gaat de tussendeur naar de derde open en de leerkracht zegt iets tegen onze juffrouw (Luhde). Die draait zich naar de klas en zegt:”Nou, jullie hebben het zeker al gehoord? Jullie hebben morgen vrij”. Ik was hevig teleurgesteld. Nu viel mijn plannetje in het water! Die volgende dag (8 mei), was de eerste mooie dag van het voorjaar na een hele koude winter (1956). Mijn oudere zus die in de vijfde zat, had “toevallig” ook vrij en we zijn gaan wandelen. Op de Buitendijk vonden we bloeiend speenkruid (kan je nagaan hoe laat alles was!). Toen ik thuiskwam, wachtte mij een onaangename verrassing. Ik had het verkeerd begrepen. Wij hadden niet vrij, maar alleen de vijfde klas! Juffrouw Luhde had tegen die kinderen achterin de klas gezegd dat ze vrij waren en ik had begrepen dat de hele klas vrij was! Nou ja, dan maar ’s middags trakteren….. Toen ik blij en opgewonden binnenkwam met mijn trakteertrommeltje, wachtte mij een tweede onaangename verrassing. Juffrouw Luhde beschuldigde mij ervan dat ik opzettelijk thuis gebleven was vanwege mijn verjaardag en ik kreeg op mijn donder. OP MIJN VERJAARDAG!!!!!! Voor mij had juffrouw Luhde daarna volledig afgedaan. Als je zo weinig begrip hebt voor de ziel van een kind, moet je eigelijk niet voor de klas staan vind ik. De populaire meisjes (lees:pestkoppen) vielen haast over elkaar heen om te verklaren dat zij het niet aardig vonden van juffrouw Luhde om zo’n lief meisje als ik van zoiets te beschuldigen en dat zij ook eerst hadden gedacht dat we allemaaL vrij waren, maar dat hun moeder was gaan informeren (zij woonden dichter bij school). Natuurlijk heb ik ze NIET de klassen mee rond genomen en had ik toch een beetje mijn wraak, maar de dag was wel min of meer in de soep gelopen. Toen ze daarna weer lelijk deden, was ik er op voorbereid en kon ik lachen in mijn vuistje. Later in mijn leven ben ik nog regelmatig mensen tegengekomen met dit patroon, maar ik had al vroeg geleerd dat je mensen niet altijd op hun blauwe ogen kan vertrouwen. Dat ik dit stukje nu pas publiceer en niet op 8 mei zoals ik van plan was, bewijst weer eens hoe diep mijn writersblock is…….

Oma Duck en de hoogbegaafde muis.

Eindelijk heb ik hem en kan ik hem vandaag ergens in het bos zetten. Van Marijke O. heb ik vorige winter twee levende muizenvallen opgestuurd gekregen. Het logje daarover staat hier. Het was weer zo ver. Vorige week zag Leo een muis door de kamer lopen. Ik mijn muizevalletjes weer tevoorschjn gehaald en opgezet. De eerste nacht had ik al meteen een muisje, een heel kleintje. Hij mocht van mij helemaal alleen gaan buitenspelen. Maar de muizen waren niet weg. of meerdere Er zat één muisje bij mijn afvalemmer. Wij hebben gescheiden afval – voedselafval wordt hier vergast tot compost en biogas, schrijf ik nog wel eens over – en de muis (zen) knaagde(n) een gat in de plastic zak. Na twee dagen de muizevallen in de kamer te hebben laten staan, ontdekte ik dat ik meteen hele slimme muis te maken had. Een van de twee muizevallen heeft een dichte achterkant. Dat maakt dat je heel moeilijk het voedsel aan het pinnetje krijgt en dat de muizenval nogal stroef dichtgaat. De andere muizenval heeft een pinnetje aan de achterkant waardoor hij open kan. Die muis was zó slim, dat hij het eten uit de ene muizeval kreeg zonder dat het pinnetje voldoende bewoog om de val te laten dichtslaan en bij die andere duwde hij het pinnetje omhoog als de val was dichtgeslagen, zodat hij aan de achterkant er weer uit kon. Toen had ik er genoeg van. Ik heb de muizeval op de deksel van de compostbak gezet. Gisteravond was drie keer het eten eruit zonder dat de val dichtsloeg en ik vroeg me af hoe dat kwam. Dit keer was het mijn schuld. Ik had er geen rekening meegehouden dat die veer naar voren omslaat en daar had hij de ruimte niet voor omdat de onderkant van de wasbak ervoor zat. Toen ik dat had opgelost, heb ik de achterkant met plakband dichtgeplakt en bovendien klem gezet, zodat het klepje niet open kon. En ja, een uurtje later had ik een dikke, vette door mij dagenlang met kaas en pindakaas gevoerde muis gevangen, een SCHATJE!! Maar toch ga ik hem niet houden, hij mag in het natuurreservaat gaan wonen.
004
Mijn volgende logje is in het Engels voor een keer. Ik ben namelijk aan het quilten, hele mooie nieuwe patronen, en ik heb een online quiltcursus gekocht. De lerares moedigt ons aan om aan het eind van de week in te sturen wat je hebt gedaan en je gedachten erbij. Dat ga ik doen en dan geef ik er Engels commentaar bij voor die arme Amerikanen die alleen maar Engels spreken…… Er komen nog logjes over – mijn serre, – mijn aardappels – de manier van vuil ophalen hier – en over mijn liefde voor geschiedenis en genealogie. Ook speel ik met een nieuw WE300-logje. Ik heb het echter erg druk en logjes schrijven komt er niet zo van de laatste tijd. Maar ja: zoals ik ook aan andere bloggers schrijf: je kan schrijven op je eigen blog wanneer en wat je maar wilt en dat kan dus ook inhouden dat je NIET schrijft. Liefs van mij en jullie horen weer.

Oplossing WE 300

Eerst liet ze het eten steeds vaker aanbranden. Nu kon ze al helemaal niet meer koken. De liefde van zijn leven, zijn sterke, lieve, veelzijdige vrouw zat in een stoel of liep onrustig mompelend rond. “Waar is Corrie nou”, riep ze voor de tiende keer. In het begin had hij uitgelegd dat Corrie overleden was. Dan was ze hartverscheurend gaan huilen en bijna niet te kalmeren geweest. Na een poosje begon dan alles weer van voren af aan, dus zei hij nu steeds dat ze nog op school zat.
Zij, die zoveel kennis had gehad van geneesmiddelen uit de natuur, kon zichzelf niet genezen.
Had hij nu maar beter opgelet als ze enthousiast vertelde over haar kruiden en waar ze tegen hielpen. Ze vond altijd dat hij maar half luisterde en dat was ook zo. Maar IETS ervan had hij toch onthouden. Voor de langste dag aanbrak, had hij het vingerhoedskruid geplukt, de digitalis. Hij had het gemalen en er een stroopje van gekookt met veel suiker en dat vermengd met water. Het bleef op de bodem liggen. Voorzichtig warmde hij het mengsel op en voegde nog wat honing toe. Langzaam maar zeker trok de kleur door de hele karaf en werd het mengsel egaal. “Kom, we gaan slapen. Drink maar lekker op” zei hij vriendelijk en schonk het mengsel in een glas. Gedwee dronk ze alles leeg en liet zich instoppen. Hij ging naast haar liggen, hoorde hoe ze in slaap viel en daarna steeds langzamer ging ademen. Tenslotte hield ze helemaal op. Toen hij zeker was dat ze niet meer leefde, kwamen de tranen. Nog één ding stond hem te gebeuren. Langzaam schonk hij de rest van het mengsel in het glas van zijn vrouw en dronk het in één lange teug leeg. Toen ging hij liggen wachten…

Telefoongesprek

Ha Pappa, hoe gaat het?……..
Sorry dat we niet op bezoek konden komen,maar ik was even met mamma bezig………
O, je had het al gehoord, van wie dan? ………
Ja, in het park. Mevrouw Pameijer kwam natuurlijk weer net langs met haar grote neus. Nu weet heel de buurt het weer. Ik was al aan het zoeken geweest, want toen ik uit school kwam, vond ik twee lege flessen……….
Ja, ik denk dat ze ze achter de boeken had verstopt. Ik heb ook de bankkaart gevonden. Die hou ik wel bij me, goed? …….. Ja, ik weet de code………….
Nee hoor, ging wel. Ik heb haar op de wc gezet en haar helemaal uitgekleed. Ze is wel zwaar als ze zo helemaal slap is, maar ik ben het wel gewend. Ze stonk naar overgeefsel. Toen heb ik haar een beetje gewassen en op bed gelegd. Nu ligt ze al vanaf 4 uur te slapen. Als ze vanavond nog wakker wordt, heb ik eten voor haar, maar ik denk dat ze tot morgen doorslaapt. ………..
Ja zelf gekookt, spaghetti met saus…… Ja goed hè? Het is best lekker………
Zaterdag? Maar dan ben jij toch nog niet uit het ziekenhuis?………….
Nee, ik vier het niet, echt niet! Als mamma het weer op haar heupen krijgt, ik wil niet dat mijn vriendjes dat zien en dan Oom Hans en tante Hilda zeker? Je weet dat die hun mond niet houden en dan gaat mamma ruzie maken op mijn verjaardag……. Nee, echt niet……. Nee, ook niet in het ziekenhuis…… Ja joh, komt wel goed met dat cadeautje…………..
Ja, ik weet ook wel dat ik maar één keer tien jaar word, maar volgend jaar word ik elf en dan vieren we het groots. Word jij nou eerst maar beter! ……….. Nou, niet huilen, we komen morgen weer of ik kom alleen…….

Dit is mijn WE-bijdrage voor deze maand. Het onderwerp was :BELASTING. Hier kun je vinden wat WE 300 is.

Joh, we wonen gewoon in Heijkoop!

Wat een raar fenomeen is dat toch! Je komt ergens toevallig terecht, je komt ergens wonen en na een poosje word je vanzelf trots op dat plekkie. Zo vergaat het ons ook met deze plek, Linköping. Ik volg naast zweedse les een cursus die heet Sverige nu och då (toen). We leren wat over de verschillende provincies , maar ook geschiedenis krijgen we. Uitgebreid over de emigratie naar Amerika, want die is aanzienlijk geweest. Er zijn gebieden (Småland bijvoorbeeld) waar 30% van de bevolking naar Amerika is vertrokken tussen 1835 en 1930. Hele dorpen zijn ontvolkt. Daarom hebben ze hier over het algemeen geen moeite met het binnenhalen van buitenlanders. Ze hebben de werkkrachten veel te hard nodig.
Maar daar wou ik het niet met jullie over hebben. Bij die geschiedenislessen zit ook een module over de geschiedenis van Linköping. En ik word me daar toch trots van! Mijn stad! Het was al heel vroeg een knooppunt. Er was namelijk hier een doorwaadbare plek in de rivier en iedereen die van het zuiden naar het noorden reisde of andersom, moest over deze doorgang. Het Christendom is hier pas rond het jaar 1000 gekomen. Er waren eigenlijk alleen maar waterwegen en je kon lopend of te paard door het land rijden, maar je kon niet met paard en wagen rijden. Dat was er gewoon niet…..
In ieder geval: omdat hier die doorwaardbare plek was, kwamen de landlieden af en toe wat verkopen daar en er werd een herberg gezet. Toen kwam er natuurlijk een marktje en het werd een koopcentrum (köpen maar)Op een gegeven moment kwamen er ook wat huizen en een missiepost. Waarschijnlijk de oudste kerk van Zweden is gebouwd (1050) op de plek waar nu een andere kerk staat. Op een gegeven moment kwam hier een bisschop zetelen, er werd een heuse cathedraal gebouwd en een klooster en toen werd er ook een koorschool gesticht en een gymnasium en toen was Linköping ineens een handels- èn een kenniscentrum. In ongeveer 1600, toen Linköping een inwoner of 1500 had, is hier een grote slag uitgevochten tussen koning Vaasa (ja, van het knäckebröd) en ik geloof de Deense koning en toen ze dat gewonnen hadden, hebben ze meteen maar van Linköping een kazernestad gemaakt. Drie kazernes werden er gebouwd voor drie regimenten en dat is pas opgeheven in 1950 of zo.
De naam is afgeleid van het latijse Ljunga Kuopinge volgens een geschrift uit 1000 en nog wat toen de missiepost hier kwam.
Ljunga betekent heide, eigenlijk is het dopheide en dat is in de loop van de tijd verbasterd naar Lin- We wonen dus eigenlijk gewoon in Heikoop….

Onder deze kerk van 1700 bevinden zich kelders en muren uit ongeveer het jaar 1000. Waarschijnlijk de eerste kerk in Zweden...

Bij de therapeut.

Hij:

Ik houd echt veel van haar, maar ik mag het nooit tonen. Als ik haar wil omhelzen zegt ze knorrig dat ze aan koken is, of -nog erger-: ze bevriest. Als een houten klaas blijft ze in mijn armen staan.
Daarom had ik laatst iets leuks bedacht. De kinderen bleven bij een vriendje logeren. Ik had uit mijn werk een picknickmand gekocht, een fles wijn en haar favoriete tapas bij die nieuwe traiteur in het winkelcentrum. Ik had een roeibootje gehuurd en heb haar verrast met een picknick op een eilandje midden in de Bergse plassen. Dat hoef ik ook nooit meer te doen. Ze kan er gewoon niet van genieten!

Zij:

Ik hou echt wel van hem hoor! Maar hij loopt altijd als een jonge hond om me heen te hijgen. Ik krijg nooit eens rust. Ik krijg er wat van! Kijk, ik hou er bijvoorbeeld van om een vast weekmenu te hebben . Dan weet ik op maandag al dat we op vrijdag aardappelpuree met vis en doperwtjes eten. Daar verheug ik me dan de hele week op. Dan komt hij vrijdagavond ineens thuis met het bericht dat ik niet hoeft te koken, want hij heeft een verrassing. VERRASSING??? PANIEK, PEEUW!!! Ik wil helemaal geen verrassing. Ik wil vis met doperwtjes! Heeft hij heel lief tapas gekocht en wil dat dan ‘romantisch’ op het eilandje in de Bergse Plas gaan opeten met een fles wijn erbij. Ik hou echt wel van tapas, maar ik wil er op voorbereid zijn. Ik kan dat niet aan, dat onverwachtse. Weet u, eigenlijk probeer ik mijn leven zo leeg mogelijk te houden, anders kan ik het niet behappen. U zult het misschien raar vinden, maar soms hoop ik gewoon dat hij besluit vreemd te gaan. Dan heb ik tenminste rust.

Een jaar later gingen ze scheiden……

Dit is de WE-300 van deze maand. De opdracht luidde: “schrijf een verhaal van exact 300 woorden (afgezien van de titel) dat over het onderwerp AFWISSELING gaat. Het woord afwisseling mag echter niet in de tekst voorkomen.. Wil je meer weten, kijk dan hier

WE-300 Afscheid


Zowel vader als moeder kwamen uit een binnenschippersfamilie, hun ouders en grootouders ook. Schippersvolk is een speciaal volk. Ze hebben een hard, maar vrij leven. Je bent volledig eigen baas en werkt altijd zij aan zij, maar één ding hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van iedere schippersouder: Als de kinderen zes jaar zijn, moeten ze aan wal op school. Ik was de oudste in ons gezin en toen ik zes jaar was, ging ik naar de Schippersschool in Dordrecht. In het weekend kwam ik weer aan boord, tenminste als mijn ouders niet in Hamburg of Keulen lagen, dan moest ik 14 dagen en soms drie weken op school blijven. Als ik soms niet terugwilde, werd mijn moeder boos en riep dat ze het veel te druk had om mij erbij te hebben. Ik beloofde haar dan in tranen dat ik haar zou helpen. “Ga nou maar, volgende week zie ik je weer” zei ze dan. Nooit liep ze met me mee tot aan de kade om me uit te wuiven. Ik dacht altijd dat ze me liever kwijt dan rijk was. Op een keer was ik iets vergeten. Toen ik terugkwam naar de kajuit, zat mijn moeder te huilen . Toen ze mij zag binnenkomen, veegde ze snel de tranen met haar schort af. Ik begreep dat ze toch om me gaf en me miste, maar dat niet wilde laten merken.
Toen mijn vader overleed, was ik al volwassen en ze kwam aan wal wonen. Later werd ze ziek en kwam in het ziekenhuis terecht. Hoewel ik een gezin had, zat ik bijna altijd aan haar bed. Op een gegeven moment ging ik even een kop thee halen en toen ik terugkwam, was ze overleden! Ze was er gewoon tussenuit geknepen, weer zonder behoorlijk gedag te zeggen. Zo was ze…..

De WE-300 is een initiatief van Plato.wordpress.com. De opdracht is om een verhaal te schrijven over het maandelijkse thema (deze maand is dat :afscheid), dat precies 300 woorden bevat zonder de titel en waarin het themawoord alleen maar in de titel genoemd mag worden.

We wonen er weer hoor! Binnen in onze kerstkaart, bedoel ik

Dit is ons uitzicht aan de voorkant....


dit ook.....


In dit poppenhuisje wonen de ouders van de boer.


Ons huis...


even ter vergelijking: hetzelfde huis in de zomer


het huis van de buren is nagenoeg verdwenen...


en zo ziet het huis er aan de achterkant uit..


Voor de rest is het hier VAKANTIE!!! Ik heb al mijn cursussen met goed gevolg afgesloten. Ik heb VIER dagen op gechiedenis gezeten, maar ik was er uiteindelijk best tevreden over. Eerst een werkstuk over de tijd vlak na de Franse revolutie en daarna mocht ik een onderwerp kiezen uit de tijd na 1880. Ik heb de opkomst van het nationaalsocialisme gekozen en hoe het allemaal toch zo kon gebeuren. Nu leeft dat allemaal niet zo hier, de Zweden zijn neutraal geweest gedurende de Tweede Wereldoorlog. Er was dus ook heel weinig over te vinden in het Zweeds en toen moest ik alles vertalen, pfffff, wat een karwei! Toch leer je er – behalve zweeds – weer een heleboel bij. Mijn laatste twee zinnen waren: ïk hoop dat zoiets in Nederland nooit gebeurt. Onze Joden heten tegenwoordig Moslim….”
Nu moet ik als een razende gaan quilten, want die baby wordt 13 januari geboren…

Embryonaal geluksgevoel

Bij haar las ik net zo’n mooi stukje over ‘de flow’, zoals zij het noemt. Ze verwoordt precies het gevoel dat ik vandaag ook heb, gisteren ook al trouwens. Het is hier heerlijk weer met een gouden zon, met gouden bomen tegen een staalblauwe lucht of weerspiegelend in een hemelsblauw meer, met het vooruitzicht dat mijn vriendin volgende week komt met haar kinderen en dan gaan we leuke dingen doen. Ik heb vandaag een kookdag gehad. Ik heb goulash gemaakt van mijn eigen 4 paprika’s en vis met een saus, die ik vervolgens weer igevroren heb voor als ik een keer geen tijd heb om te koken.

10 minuten later zaten ze in de goulash....


Verder hadden we een referaat moeten maken als repetitie. Dan moet je een tekst van 600 woorden samenvatten tot 150 woorden maximaal. Je mag geen eigen mening geven, maar puur samenvatten zodat alle essentiële informatie erin staat. Dat kan ik heel goed in het nederlands, maar als je een taal nog niet voldoende kent, heb je juist meer woorden nodig omdat je de synoniemen niet kent. Verder schrijf ik altijd al heel langzaam en slordig. Ik ben pas gaan schrijven toen het op de computer kon. In ieder geval: ze had ons gewaarschuwd dat het referaat heel slecht gemaakt was. Dat kan kloppen: Ik kreeg het in ieder geval maar voor de helft af in twee uur. Tot mijn verbazing had ik een dikke voldoende toen ik het gisteren terugkreeg. Dat ik het niet afhad, gaf niet, want ze kon zien dat ik het principe begrepen had. Nou, dat ik het principe begrepen had, wist ik ook wel, maar ik was verbaasd en opgetogen dat zij het blijkbaar ook had gezien.
Hoe dan ook: ik heb weer eens even heel sterk het gevoel dat ik met vakantie ben in een prachtig bos. Ik heb een constant opgetogen geluksgevoel. Toen mijn oudste zus op de toneelschool zat, kwam ze met die term embryonaal geluksgevoel thuis. Het zou de herinnering zijn aan je verblijf in de baarmoeder, warm, veilig en gelukkig.
Even een paar fotootjes en voordat jullie gaan koeren: die kleuren zijn echt zo, niks opgeleukt. De zon staat natuurlijk heel laag en is heel geel. Dat versterkt het gele element in alles waar hij op schijnt. Het is echt ongelofelijk embryonaal



Geschiedenisproefwerk met dyslexie

Nou, ik had het heel scherp gezien v.w.b. geschiedenis toen ik dit logje schreef. Toen ik begin vorige week terugkwam van Nederland, zaten er nog maar acht van de zestien leerlingen in de klas. Vandaag hadden we een proefwerk, de hele Middeleeuwen en de Renaissance, van zowel West-, Zuid- als Noordeuropa. 160 bladzijden tekst, aantekeningen van colleges (die ik grotendeels gemist heb) en ongeveer 25 pagina’s stencils voor de verduidelijking.
Ik was met iemand anders de enige die het proefwerk kwamen doen…..
Had ik al ervaren dat ik de tekst gewoon niet allemaal gelezen kreeg, nu ervoer ik ook voor het eerst van mijn leven dat ik de Multiple Choice vragen niet goed kon beantwoorden. Om Mult.choice vragen goed te kunnen beantwoorden, moet je precies begrijpen wat er staat. Hoewel ik met mijn woordenboeken mocht werken, kon ik vaak toch vaak nèt niet begrijpen wat er precies gevraagd werd. Gelukkig waren er maar 8 Mult. Choicevragen en verder nog 15 vragen waar je met 1 of 2 zinnen kon antwoorden, er was nog een rijtje met stellingen waar je goed of fout op moest antwoorden, dat ging al beter en het laatste gedeelte was een stuk dat je moest schrijven over een onderwerp. Je kreeg er zes op en daar moest je er twee uit kiezen. Dat stukje moest dan max. 1 A4tje zijn en minimaal een half A4tje. Deze stukjes waren de helft van de punten. Daar heb ik me dus met heel veel enthousiasme op gestort, maar ik moest steeds woorden opzoeken.
Ik heb gekozen om het feodale systeem uit te leggen en het tweede stukje was over waarom het feodale systeem in Zweden nooit goed van de grond is gekomen.
En dat is reuze interessant! In Zweden zijn nooit of bijna nooit lijfeigenen geweest nl. Omdat het Christendom zo laat doordrong in het hoge Noorden, was het feodale systeem al op zijn retour toen dat met het Christendom meekwam. Ondertussen waren er heel veel mensen aan de pest gestorven en hadden ze de boeren veel te hard nodig om hen te onderdrukken. De boeren hadden ook zitting in de raad, hadden daar een eigen stem. En dat werkt nu nog door tot op de huidige dag. Er is hier in Zweden veel meer respect voor boeren dan in West-Europa. Vooral ook het praten met een accent of in dialect, is hier helemaal geaccepteerd. Het is niet ongewoon om een zwaar ‘plat’pratende omroeper te hebben. Dat zou in Nederland nooit kunnen. Daar moet je Algemeen Beschaafd Nederlands praten op radio en TV., net alsof je niet beschaafd kan zijn als je met een accent of in dialect praat! Ik heb dat verhaaltje erachteraan verteld, dus ik hoop dat ik daar punten voor krijg. Ik zal wel voldoende hebben hoor, maar dan ook maar net. Ik heb dat hele gedoe met de Hanzesteden gemist en ik wist het me niet goed meer van vroeger te herinneren. Het was iets met vrijsteden en zo…… De vragen die daarover gingen heb ik niet kunnen beantwoorden. Die andere die met mij de repetitie deed, was na een uur al klaar, toen ik nog volop in het proces zat van vragen begrijpen en er hier en daar een antwoorden. We hadden twee volle uren, dus ik heb me niet gek laten maken, maar voor het eerst van mijn leven heb ik iets ervaren wat iemand die dyslectisch is, dag in dag uit ervaart. In Nederland was ik ook altijd een van de eersten klaar, echt een gek gevoel.