Categorie archief: jeugdherinneringen

Begrafenis, wees geworden

Mijn vader, Siem Braal is 93 jaar geworden. Op zeven maart dit jaar overleed hij.
2007-08-29_10.01.04
Heel zijn leven is hij een ongelofelijke optimist geweest, behalve het laatste jaar. Hij was al een tijdje blind aan het worden, maar dat mocht de pret niet drukken. Als ik kwam, legde hij me haarfijn uit wat voor leuke voorziening hij nu weer had gekregen. Een apparaat om de ondertiteling te kunnen luisteren, een TV vergroter, een computervergroter, luisterboeken, je noemt het maar op. Hij was er allemaal even enthousiast over. Naarmate hij minder kon zien en de apparaten hem ook niet meer uit de brand konden helpen, kreeg hij meer en meer last van zijn blindheid. Daar kwam het laatste jaar bovenop dat zijn verzorginghuis moest sluiten en alle bewoners moesten een ander onderkomen zoeken. Omdat hij daar een vriendin had, moesten de kinderen van beide families (ik niet, ik zit in Zweden) hemel en aarde bewegen om voor elkaar te krijgen dat zij allebei in hetzelfde huis terecht konden. Het is inderdaad gelukt en hij heeft dus precies 1 nacht geslapen in zijn nieuwe huis toen hij overleed in zijn slaap. Langverwacht, dat wel en een verlossing voor hem, dat ook, maar evenzogoed ben je ineens wees. Leo was nog erg zwak toen ik naar de begrafenis zou gaan. Eigenlijk durfde ik niet, maar hij stond erop dat ik gewoon ging. Hij kon zich wel redden 1½ dag, langer niet. ’s Morgens om 06.20 vertrekt er een vliegtuig vanaf ons vliegveld en dan ben ik om 8 uur in Amsterdam. Daar huur ik een auto en dus liep ik om een uur of kwart over negen in Crooswijk, terwijl de begrafenis crematie daar om elf uur zou zijn. Tijd om wat foto’s te nemen.

het crematorium in Crooswijk

het crematorium in Crooswijk


In 1969 heb ik een jaar in Crooswijk gewoond, in een huisje onder de huurwaarde, een halve woning, in de Pijperstraat. De huur bedroeg 15 gulden per week…… Het was een ruimte van 6 x 5 m. die bestond uit een woonkamer, een gangetje met WC en een keuken. Je sliep gewoon in de kamer op een opklapbed(eethoek opzij schuiven). Op zolder was dan nog een douche.
Hier ongeveer was vroeger nummer 37...

Hier ongeveer was vroeger nummer 37…


de tram rijdternoggewoon doorheen

de tram rijdternoggewoon doorheen


Het slachthuis stond nog gewoon aan het einde van de straat. Die huizen aan de Pijperstraat staan er allang niet meer, evenals het slachthuis en ze zijn hard bezig nog meer af te breken in hoog tempo.
DSC_1038
Ik zag dat het klooster aan het begin van de straat ook rijp is voor de sloop.
DSC_1042
Gelukkig was slagerij Haak er nog gewoon, echt leuk! Ik heb daar heel wat lekker vlees gekocht. Ik heb zelfs een keer per ongeluk twee kalfsschnitzels gekregen voor de prijs van varkenssnitseld! Dat was in de drukte vlak voor Kerst fout gegaan….
DSC_1048
DSC_1049

Omdat ik zo laat geboekt had en zo snel weer terug zou gaan, (de volgende dag) moest ik 800 Euro (ACHTHONDERD!!) neertellen voor dat geintje! Normaal betaal ik rondde 200 Euro. Ik ben wel blij dat ik gegaan ben, ik ben altijd een fan van behoorlijk afscheid nemen, hoewel je natuurlijk niet voor je lol naar een begrafenis gaat. ’s Middags na de begrafenis hebben we nog gezellig geluncht bij mijn ‘broer en schoonzus’ (lang verhaal), waar we foto’s hebben gekeken van een heel lang mensenleven. Je mocht de foto’s meenemen die je wilde hebben en ik heb deze uitgekozen.

Mijn vader is heel zijn leven onderwijzer geweest. Eerst heeft hij in de Potgieterstraat gewerkt en daarna is hij hoofd geweest van de Pijnackerschool. Toen is hij gescheiden en heeft nog op een school in de Zwartewaalstraat (?) gewerkt, maar daar ben ik nooit geweest. Deze foto is van de Pijnackerschool, wie helpt me aan namen? Dat meisje vooraan heette Elly en ze had wat met die onderwijzer links in de hoek. Van de rest weet ik beslist geen namen meer. Ik speelde daar altijd Zwarte Piet op die school. Dat moet van ’61-’65 geweest zijn, want toen zat ik op Middelbare School.

    EPSON MFP image

    EPSON MFP image

    Na het hele gebeuren, ben ik naar mijn dochter in HIA gegaan om te slapen. In het volgende logje vertel ik verder van de terugreis, die ook uiterst interessant was….

In gemeenschap van goederen en organen, al 45 jaar…..

stadhuis
5 juni 1969. We trouwden om ’s middags half vier in het stadhuis van Rotterdam.. Daarna diner in Diergaarde Blijdorp en de receptie daar.
Ik zou het gewoon weer doen,inclusief bijna alle fouten die we gemaakt hebben. Misschien had ik er nog een paar kinderen bij willen hebben. Misschien had ik meer tijd met hen door willen brengen, maar in de grote lijnen is het zeer de moeite waard geweest. Er zijn heel weinig dingen in mijn leven waar ik spijt van heb. Dat komt ook omdat ik me – toen er beslissingen genomen moesten worden – er altijd van bewust ben geweest dat ik geen spijt wilde hebben later. De minder belangrijke dingen heb ik laten gaan in ons huwelijk. Soms waren zaken belangrijk genoeg om ruzie over te maken en dat deed ik dan ook.
We zullen er geen 45 jaar bij halen, maar 5 jaar moet toch te doen zijn. Met twee operaties, dat dan weer wel.
diergaarde
Eerder al heb ik twee logjes geschreven over ons huwelijk, die staan HIER en HIER
En op verzoek van Dieuwke een recente foto van mij, genomen in de speeltuin van Kralingen:
056

De dag dat ik acht jaar werd……..

Sinds een aantal maanden, heb ik op Facebook een site gevonden die heet “Je bent een echte Rotterdammer als je……” Via hun ben ik ook op de Facebooksite gekomen van de lagere school waar ik in de eerste en tweede heb gezeten (de Mare).
Voor een kind is een verjaardag altijd een belangrijke dag. Ik keek er al maanden naar uit. Bij ons thuis was het de gewoonte dat je verjaarscadeaus ’s nachts in je kamer gezet werden en als je dan wakker werd, vond je ze, maar mocht ze nog niet uitpakken. Toen ik naar school ging, mocht ik natuurlijk trakteren en dan mocht je de klassen rond om ook de leerkrachten van andere klassen te trakteren. Je mocht dan twee meisjes uitzoeken om mee rond te gaan. Bij iedere leerkracht kreeg je een kaart of een plaatje en dat koesterde je dan een hele tijd.
Toen ik zeven jaar zou worden (in de eerste klas), had ik dat een paar meisjes verteld van te voren. Nu was ik niet een kind dat bij de populaire meisjes van de klas kon horen. Ik was te afwijkend. Ik had veel fantasie, was een ‘zwerver’ en had een vreemde moeder die mij beslist nooit geleerd had hoe je je ‘hoort’ te gedragen. Mijn hele leven al heb ik ondervonden dat er altijd mensen zijn die dat heel bedreigend vinden. Ik ben te onverwacht, er wordt verondersteld dat ik arrogant ben. Op de kleuterschool had ik er al iets van ervaren, maar nu ervoer ik dat in volle hevigheid. Maar zo tegen mijn verjaardag trokken al die meiden erg bij en werden echt heel aardig. Omdat ze daarvoor heel vervelend tegen me waren geweest, was ik natuurlijk erg gevleid en koos de twee grootste pestkoppen (lees:de twee populairste meisjes) uit om de klassen mee rond te gaan… Na mijn verjaardag draaiden ze als een blad aan de boom om en begonnen weer te pesten. Toen ik er een opmerking over maakte, vertelden ze openlijk dat ze alleen maar aardig waren geweest om gekozen te worden de klassen mee rond te gaan. Ik was hevig geschokt. Ik had er nooit aan gedacht dat iemand bewust zou kunnen slijmen om iets gedaan te krijgen. Ik besloot dat ik ze niet kon vertrouwen en dat ik me verre van ze zou houden. Dat maakte dat ik nog ongrijpbaarder werd en dat ik dus meer gepest werd.
Mijn moeder heeft nog een keer een brief geschreven aan juffrouw Middelkamp erover. Juffrouw Middelkamp was de liefste juf van de wereld. Ze werd zelfs niet boos als iemand iets deed wat niet door de beugel kon, tenminste: ze kéék niet boos, maar trok haar wenkbrauwen heel hoog op en zei op verbaasde, gekwetste toon wat ze te zeggen had. Juffrouw Middelkamp schreef terug dat ze niets had gemerkt van pesten, maar dat ik een meisje was met vele talenten, dat ik gedichten zo maar uit mijn hoofd kon opzeggen na een keer lezen en allerlei leuke spelletjes wist te verzinnen op het schoolplein en dat ze vermoedde dat een en ander de jaloezie van de meisjes had opgewekt. Ze zou er verder op toezien.
Als je een kind bent, weet je niet dat je goed in iets bepaalds bent, want dat hoort bij je. Ik heb altijd al een uitstekend geheugen gehad. Ik weet nog dingen van dat ik anderhalf jaar oud was dat staat HIER(KLIKKLIK) beschreven en ik meen me zelfs te herinneren dat ik buiten in de kinderwagen lag en dat ik dan wakker werd en de zon door de bomen zag schijnen. Toen ik zeven was, had ik blijkbaar wel al ontdekt dat de meeste mensen snel vergeten en ik besloot mijn tijd af te wachten. Tegen de tijd dat ik acht jaar werd, besloot ik volledig mijn mond erover te houden in de verwachting dat die meisjes niet meer zouden weten wanneer ik precies jarig was. En dat was ook zo. Ik verheugde me erop dat ik ineens naar school zou komen en dan jarig zou zijn en trakteren en dat die twee meiden dan NIET gekozen zouden worden om mee de klassen rond te gaan. De dag voor mijn verjaardag gebeurde er iets onverwachts. Meester van Wijk was ziek en zijn klas, de vijfde, werd verdeeld over de andere klassen, er zaten er ook een paar achterin onze klas. Op een gegeven moment gaat de tussendeur naar de derde open en de leerkracht zegt iets tegen onze juffrouw (Luhde). Die draait zich naar de klas en zegt:”Nou, jullie hebben het zeker al gehoord? Jullie hebben morgen vrij”. Ik was hevig teleurgesteld. Nu viel mijn plannetje in het water! Die volgende dag (8 mei), was de eerste mooie dag van het voorjaar na een hele koude winter (1956). Mijn oudere zus die in de vijfde zat, had “toevallig” ook vrij en we zijn gaan wandelen. Op de Buitendijk vonden we bloeiend speenkruid (kan je nagaan hoe laat alles was!). Toen ik thuiskwam, wachtte mij een onaangename verrassing. Ik had het verkeerd begrepen. Wij hadden niet vrij, maar alleen de vijfde klas! Juffrouw Luhde had tegen die kinderen achterin de klas gezegd dat ze vrij waren en ik had begrepen dat de hele klas vrij was! Nou ja, dan maar ’s middags trakteren….. Toen ik blij en opgewonden binnenkwam met mijn trakteertrommeltje, wachtte mij een tweede onaangename verrassing. Juffrouw Luhde beschuldigde mij ervan dat ik opzettelijk thuis gebleven was vanwege mijn verjaardag en ik kreeg op mijn donder. OP MIJN VERJAARDAG!!!!!! Voor mij had juffrouw Luhde daarna volledig afgedaan. Als je zo weinig begrip hebt voor de ziel van een kind, moet je eigelijk niet voor de klas staan vind ik. De populaire meisjes (lees:pestkoppen) vielen haast over elkaar heen om te verklaren dat zij het niet aardig vonden van juffrouw Luhde om zo’n lief meisje als ik van zoiets te beschuldigen en dat zij ook eerst hadden gedacht dat we allemaaL vrij waren, maar dat hun moeder was gaan informeren (zij woonden dichter bij school). Natuurlijk heb ik ze NIET de klassen mee rond genomen en had ik toch een beetje mijn wraak, maar de dag was wel min of meer in de soep gelopen. Toen ze daarna weer lelijk deden, was ik er op voorbereid en kon ik lachen in mijn vuistje. Later in mijn leven ben ik nog regelmatig mensen tegengekomen met dit patroon, maar ik had al vroeg geleerd dat je mensen niet altijd op hun blauwe ogen kan vertrouwen. Dat ik dit stukje nu pas publiceer en niet op 8 mei zoals ik van plan was, bewijst weer eens hoe diep mijn writersblock is…….

Vijf jaar geleden alweer……..

Nu zit ik dan toch ineens met tranen in mijn ogen hier op mijn hotelkamer in Göthenburg! Zojuist heb ik een logje zitten lezen dat ik precies vier jaar geleden heb geschreven, kijk HIER.
Vandaag is het dus vijf jaar geleden dat ze is begraven…..En wat ik vier jaar geleden schreef is nog steeds waar: er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan haar denk. Als ik met hout loop te sjouwen, hoor ik haar weer zeggen hoe flink ik toch altijd ben, als ik een hoge stoep oploop, denk ik dat we dat niet hadden kunnen doen met haar erbij. Nog steeds heb ik allerlei dingen die van haar geweest zijn. Zo heb ik ooit een pindastel gekregen van haar. Dat was een designpindastel. Misschien moet ik eerst even uitleggen wat een pindastel is. Een pindastel bestaat uit een grote schaal en 6 kleinere, precies dezelfde schaaltjes. Deze schaaltjes hadden allemaal een iets andere kleur. Zo wist iedereen wat zijn eigen schaaltje was. Je schepte met een schep de pinda’s uit de grote schaal in je eigen schaaltje en at dat dan leeg. Toen ik Leo leerde kennen, werd dat pindastel gebruikt. Ik kende het hele fenomeen niet. Het is typisch jaren vijftig design (en een typisch jaren vijftig item!). Toen ik het net had gekregen, heb ik het een keer meegenomen in de auto, omdat ik een lunch verzorgde voor een workshop van het Saitocentrum. Die kleine bakjes waren uitermate geschikt om met boter te vullen en dan op wat tafels te zetten. Helaas had ik het niet goed verpakt en toen ik weer thuiskwam, was bijna alles gebroken en er was nog maar één klein bakje over. Dat bakje heb ik nog en ik ben er zuinig op, hoewel ik het wel gebruik hoor! Ik heb altijd op het standpunt gestaan dat je, als je spullen niet gebruikt, je ze net zo goed niet kan hebben. Dus gebruik ik het om wat jus in te doen voor één persoon, of wat mayonaise. En iedere keer dat ik het gebruik, denk ik aan haar. Gek misschien en het is geen rauw gevoel of zo, maar ik mis haar gewoon nog steeds, eigenlijk iedere dag……

De wildernis die zich uitstrekt in het Niemandsland tussen België en Nederland.

Na de ceremonie en de receptie was het hoog tijd voor Leo’s dialyse. Leo was er tegenover mij ontzettend lovend over hoe iedereen rekening met hem hield, uit zichzelf ruimte regelde waar hij kon zitten enz. Deze keeer werden we naar de 19e verdieping van het H-gebouw gebracht waar een prachtige kamer voor ons was. Terwijl Leo dialyseerde, nam ik wat foto’s van de skyline van Rotterdam en van Kralingen.
116
Het was nog droog, maar de dreiging van regen zat al in de lucht. Zij heeft hier een logje geschreven over diezelfde regen diezelfde dag.

Als ik een beetje ver had gespuugd, had ik zo bij Emmy op haar balcon gespuugd,

Als ik een beetje ver had gespuugd, had ik zo bij Emmy op haar balcon gespuugd,


We hadden een lunchpakket meegekregen (er was er voor mij ook eentje!) en na de dialyse gingen we op weg naar het feest van Bart. De mensen Ph.D intensive gingen allemaal met busjes, maar Leo en ik vonden het wel gezellig om samen te gaan: we hadden elkaar een week niet gezien. Ik had een auto gehuurd en ik zou na het feest weer naar mijn kinderen gaan en Leo zou met een busje weer naar Leersum teruggaan, want de Intensive was pas zondagochtend afgelopen. Leo wil altijd rijden. Hij is daar al heel ons leven samen niet van af te brengen. Als hij rijdt, val ik binnen een half uur in slaap. We moesten naar Esbeek. Ik ken die omgeving daar goed, want toen ik een kind was, ben ik verschillende malen daar met een kamp geweest. We wandelden dan veel in de omgeving. Bart komt ook uit die omgeving en een aantal jaar geleden zijn we met hem meegeweest naar zijn ouderlijk huis en hebben daar heerlijk gebarbecued. We hoorden van Bart dat zijn vader sindsdien zijn huis heeft verkocht en zijn intrek heeft genomen in het dorp. Op de kaart stond dat het feest gegeven zou worden in Hotel Huize Rustoord, zijn vaders bejaardenhuis namen wij aan. We moesten nog lachen om zo’n afgezaagde naam, waarom niet Avondrood……
Enfin ik werd wakker gemaakt door Leo die de afslag had genomen en nu niet wist hoe we verder moesten. We kwamen bij Baarle Nassau en verder en op een gegeven moment passeerden we de grens met België. We reden terug naar Nederland en vroegen een boer hoe we naar Esbeek konden komen. “Ja”, zei hij, “er is een zandpad tussen Poppel en Esbeek, maar dat zou ik nu niet nemen.Da is niet begaanbaar” Had ik al verteld dat het was gaan GIETEN en dat de grond helemaal verzadigd was en er overal plassen lagen? “Nee”, zeiden wij, “dat doen we niet, maar hoe moeten we dan?” Hij verwees ons toch terug naar België en dan voorbij Poppel ging een stenen weg met een omweg weer terug naar Nederland naar Hilvarenbeek, Esbeek. De weg naar Poppel kende ik. Als wij op kamp waren, gingen we altijd een keer naar Poppel lopen, naar BELGIË!! Dat was altijd heel geheimzinnig, de grenzen werden in die tijd nog bewaakt en wij ‘sneakten’ door het bos naar België, kochten witte chocola in Poppel en gingen weer terug….. Naar Poppel dus en de stenen weg zoeken. In Poppel nog maar eens gevraagd. “JA” zei die man “Er loopt een zandpad tussen Poppel en Esbeek, maar dat kan je nu niet nemen, veel te nat” Wij verzekerden hem dat we dat helemaal niet van plan waren en hij gaf ons een gedetailleerde uitleg over de te nemen weg. We zouden op stenen wegen komen en dan moesten we goed in de gaten houden dat we de grens passeerden (grenspaaltjes aan de kant en een bruggetje) en dan moesten we de weg na de tweede boerderij links nemen. Wij op weg. De stenen weggetjes waren er wel, maar ze waren veel steniger dan wij hadden gedacht en veel smaller ook. Die grenspaaltjes kwamen maar niet en de hele beschaafde wereld hield op, leek het wel. Het was een uur of kwart voor vier, maar het leek wel of het al bijna donker werd. Op een gegeven moment verbreedde de weg zich ineens en voor ons een beetje naar rechts strekte zich een brede weg uit, wij blij. We gingen erop, maar na Drie meter verslechterde de weg heel snel en we zaten op DE ZANDWEG TUSSEN POPPEL EN ESBEEK!!! Als je eenmaal een meter of dertig gereden hebt, kun je niet meer terug en moet je wel verder. Wij glibberen en glijden en we wisten eigenlijk vrijwel meteen dat het een hopeloze zaak was. Voor ons, een meter of 500 ver leek het, kwamen koplampen ons tegemoet, dus misschien werd de weg een klein eindje verderop wel beter. Leo dreigde in paniek te raken, dus ik speelde de rust zelve, Leo raakte helemaal in paniek en wij raakten hopeloos vast. Ik denk dat we het nog driehonderd meter hebben gered. De voorkant van de auto (de voorbumper) zat vast in de modder en ons rechtervoorwiel was tot in de as in de prut gezakt. We hebben nog geprobeerd los te komen als ik aan de achterkant duwde en we hebben geprobeerd los te komen als Leo achteruit reed en ik aan de voorkant duwde. Mijn laarsjes zaten al snel tot aan de enkels in de modder. Het had geen enkele zin. We zaten hopeloos in de puree (letterlijk) en het was volkomen verlaten. We hadden ook geen flauw idee WAAR precies we waren. Rechts van ons was een bosrand en links van ons velden. De koplampen die ons tegemoet kwamen, gingen allemaal na een minuut of twee ergens een hoek om, dus waarschijnlijk waren ze op een weg achter ons zandpad, die dan een bocht nam waardoor ze weer verdwenen.

Tot zover het eerste logje over ons avontuur, morgen verder

Je bent een echte Rotterdammer als ……..

Tien jaar heb ik gewoond in het huis waarin ik ben geboren: Turnstraat 8 in Sportdorp, ook wel De Put genoemd. Als Nederland-België in het Feijenoord Stadion werd gespeeld, werden er ineens auto’s in onze straat geparkeerd, Belgische en Nederlandse. Die werden dan door ons tijdens de wedstrijd gewassen en de meeste mensen gaven ons dan een dubbeltje of zo daarvoor. Als Nederland een doelpunt maakte, kon je bij ons in de straat het gejuich horen. Het is dan natuurlijk vanzelfsprekend dat je Feijenoord fan wordt. Verscheidene malen mocht ik met mijn vader mee naar een wedstrijd van Feijenoord. Ik heb er mijn eeuwige liefde voor stadions aan overgehouden, een fanatieke voetbalfan ben ik echter nooit geworden. In 1958 zijn we verhuisd naar het Zevenbergsedijkje. De bouw van deMc. Donald op de Stadionweg (bij ons boven aan de dijk) heb ik niet meer meegemaakt…..
Mijn man komt van Spangen. Ik wist niet eens dat er Sparta fans bestonden in Rotterdam tot ik hem ontmoette! Je zou zeggen: “gaat nooit goed tussen een Feijenoord- en een Sparta fan”, maar we zijn toch al bijna 45 jaar gelukkig getrouwd.
Onlangs is er een herdenkingsboek van Sparta uitgegeven goed moment, nu ze op sterven na dood zijn en mijn man heeft dat besteld. Ze waren helemaal verrukt van het feit dat een van hun boeken helemaal naar Zweden ging en ze hebben hem gevraagd of hij een foto wilde maken als hij het ontvangen had. Wij zijn dus vanmorgen naar een huis hier 400 m. vandaan vertrokken en hebben daar een foto genomen van Leo met het boek in zijn handen. Waarom daar? Het huis heet Sveden en staat zelfs op landkaarten als zodanig aangegeven.

Het huis is helaas niet te zien, lijkt precies op het onze, maar is vuiler...

Het huis is helaas niet te zien, lijkt precies op het onze, maar is vuiler…


Mijn man staat ook op de foto in het boek zelf. Toen Sparta een keer een grote overwinning had behaald heeeeel lang geleden, werden ze op Zestienhoven ingehaald door blije jeugdsupportertjes. Hij staat daartussen.
Je kunt op de foto klikken als je niet zeker weet of je erop staat hem groter wilt
Leo is degene met de stippeltjesdas (IIIIEEEEW!!!) in de schaduw van de arm van de jongen met het geruite overhemd

Leo is degene met de stippeltjesdas (IIIIEEEEW!!!) in de schaduw van de arm van de jongen met het geruite overhemd

Dit logje ga ik op de Facebookpagina zetten van Je bent een echte Rotterdammer als……, een pagina vol jeugdsentiment met Rotterdamse foto’s, Rotterdamse uitdrukkingen en Rotterdamse trots. Als je uit Rotterdam komt en ouder dan 50 bent, is het een hele leuke site. Ik eindig dit stukje met de statement: Je bent een echte Rotterdammer als je in je gezin zowel Feijenoord- als Sparta-supporters hebt!” en “Je bent een echte Rotterdammer als je uit De Put komt!”

De wetten van Mendel

Leo en ik hebben allebei bruine ogen en onze vier kinderen hebben ook alle vier bruine ogen. Bruine ogen zijn dominant. Toen ze allemaal met partners met ook bruine ogen thuiskwamen (alleen mijn oudste zoon heeft een vrouw met blauwe ogen, maar die hebben nog geen kinderen), konden we wel voorspellen dat alle kleinkinderen ook bruine ogen zouden hebben. Dat is tot nu toe ook uitgekomen.

zeven paar bruine  ogen

zeven paar bruine ogen


Toch is de kans op blauwe ogen niet verkeken. Zowel Leo als ik hebben in ons recessieve erfelijke materiaal blauwe en groene ogen zitten. Mijn moeder en een zusje hebben groene ogen en Leo’s zus heeft ook blauwe ogen. De schoonmoeder van mijn jongste dochter heeft ook groene ogen, maar heeft zelf vier kinderen met bruine ogen gekregen.
Zelfs toen ik deze nieuwe baby van mijn dochter alleen maar op Skype had gezien, zag ik meteen dat dit kind anders was dan de andere drie. Ik kon mijn vinger er niet op leggen, maar iets was er anders. Hij was in ieder geval lichter van huid dan de anderen, had niet die donkere inslag. Ik was niet de enige. Heel veel mensen zeiden als eerste dat hij anders was dan zijn drie brusjes.
Nu ik hem gezien heb, ook al is hij nog maar drie weken, denk ik te zien dat zijn ogen blauw gaan worden of groen misschien. Natuurlijk worden alle babies geboren met blauwe ogen, maar die worden al heel snel bruin. Bij deze baby worden de ogen rond de pupil lichter en blauwer, een klein beetje nog maar, maar toch….. Het is natuurlijk nog te vroeg om te zeggen dat zijn ogen niet bruin worden, maar ik acht de kans zeker aanwezig. Het zou wel bijzonder zijn: een op de acht, in hun gezin een op de vier, 25%. Als dat niet volgens de wetten van Mendel is, weet ik het niet meer.
blauwe ogen?

blauwe ogen?


Ik hou jullie op de hoogte…

Het was geen Botoxinjectie, maar toch zwol mijn lip op.

Mijn drie valse voortanden behoren voorgoed tot het verleden!! Gisteren heb ik drie uur (DRIE!!) in de tandartsstoel doorgebracht. Mijn kronen zijn eruit gehaald, al mijn tanden en kiezen zijn bijgeslepen en ik heb een provisorische brug gekregen. Halverwege heeft hij nog even bijgespoten, want de verdoving dreigde uit te werken en ik heb gewoon nog enkele tanden en kiezen die niet dood zijn….
Toch was de pijn niet hetgene waar ik moeite mee had. Ik moest vier keer happen en ik kan niet door mijn neus uitademen als ik zo’n brok gips in mijn gehemelte heb zitten. Ik kreeg het dus benauwd en kreeg kokhalsneigingen. “Dat is psychologisch” zei de tandarts, daar had ik veel aan. Toen al het geweldswerk voorbij was, ging hij mijn tijdelijke brug maken en ik viel bijna in slaap. Toen ik klaar was, was ik zo geschikt van alle belevenissen dat ik niet eens boodschappen heb gedaan en regelrecht naar huis ben gegaan. Daar heb ik een beker warme chocolademelk gedronken (met een slabbetje want ik morste nog met mijn verdoofde lippen). Daarna ben ik gaan slapen met een Paracetamol. Toen ik drie uur later wakker werd, voelde ik me wel beter, maar ik heb toch de afspraak die ik had, naar vandaag gezet. Nadat ik uit Nederland terugkom, ga ik nog een weekend naar mijn zoon in Flensburg en maandag 26 krijg ik dan mijn definitieve brug voor 8 dagen in om te kijken hoe hij bevalt. Dan kan ik nog wat veranderingen eraan aan laten brengen en dan wordt hij in twee dagen vastgezet.
En dit is dan het einde van mijn drie valse voortanden waaraan ik zoveel logjes heb gewijd, b.v. hier en deze is ook leuk Ik heb die tanden gebroken en er een boek op laten vallen, zodat hij doormidden brak g gelukkig bleven de tanden aan de andere helft zitten zodat ik nog bijna twee jaar met een half plaatje in heb gelopen Het was zes jaar geleden al de bedoeling dat ik een implantaat zou krijgen, maar het duurde maar. Toen wilde ik dat in Zweden, maar dat duurde ook maar. Hier zijn ze meer van de bruggen dan van de implantaten. Ik heb het gevoel dat dat in Nederland anders is.
Zoals beloofd zal ik nu mijn laatste verhaal over mijn tanden schrijven, want nu heb ik ze niet meer tenzij ik die brug breek of verlies, wat onwaarschijnlijk is
Ik was dus in Overschie eind juli voor een bruiloft en om de kinderen te zien. Het was warm en mijn dochter woont aan de overkant van de Schie (niet aan de oever van de Rotte, daar

Ik heb hem meteen aan mijn blogrol toegevoegd!

Nou heb ik toch weer een leuk blog gevonden! Al een tijdje heb ik Bietje op mijn blogrol staan. Daar lees ik dus regelmatig. Als ik iemand niet op mijn blogrol heb staan, vergeet ik op een gegeven moment dat ze er zijn en dan na een week of vijf denk ik ineens: “O ja, die hadden we ook nog en soms kan ik ze dan helemaal niet meer terugvinden. Maar enfin, zij dus had gisteren zo’n leuk logje, over een ander blog wat zij volgt (volgen jullie het nog?). Dat gaat over een vrouw in 2013 die brieven schrijft aan haar overgrootmoeder die in 1913 leeft. Allebei wonen ze op het platteland van de Alblasserwaard. Nu ken ik de Alblasserwaard erg goed. Ik heb een vriendin wonen in Hardinxveld-Giessendam (op het Hoepmakerspad nota bene!) en wij hebben vrienden gehad in Ottoland, waar de twee brieven vandaan geschreven worden. Ik heb trouwens ook gewerkt in Sliedrecht. Toen we in Dordrecht woonden, gingen we op zondag altijd fietsen of autorijden in de Alblasserwaard, ik heb hele goede herinneringen aan dat gebied. Tegenwoordig heb ik vrienden in Alblasserdam, eentje daarvan ook met een blog, Teunie van Eenvoudig Leven. Ik weet zeker dat zij ook van dit blog zal smullen. Ik heb gisteravond twee uur lang terug zitten lezen Het blog heet: http://www.plonialoeve.com/ Ze is genomineerd voor de online geschiedenisprijs van 2012 of 2013, dat is me even ontgaan en je kan op haar stemmen tot 8 februari. Het is echt heel boeiend. Ik had een oma van 1894 en zij heeft me veel verhalen verteld over haar leven in Deventer in het begin van de twintigste eeuw. Over die rokken had mijn oma ook een heel verhaal. Haar moeder had 8 rokken en er ging er eentje in de was per week, de onderste. De bovenste werd dan onderste en dan zocht ze de schoonste op en dat werd dan de bovenste…… Lekker fris, ik kan er ook niks aan doen…. Jullie moeten het allemaal maar zelf lezen, het is zeer de moeite waard.

Flashmob: het blijft me mateloos ontroeren en boeien.

In mijn mail vond ik vanmiddag weer een Flashmob (bedankt Wim Vernes!), deze keer in de Bijenkorf in Amsterdam.

Ik vind ze geweldig en ik zet ze allemaal op mijn Facebookpagina. Maar waarom WAAROM ontroert dat nou zo vreselijk, vroeg ik me af.Toevallig vroeg een van de mensen die reageerde zich dat ook af, dus ik zal hier proberen dat gevoel te analyseren……
Als jong kind, ik was een jaar of drie, ben ik naar de bioscoop meegenomen voor een Disneyfilm. Dat was helemaal iets nieuws, een kinderfilm. Je had toen nog geen televisie Het moet Assepoester zijn geweest, want ik herinner me dat ik dagen erna heb lopen roepen: “De goede in het kopje, de foute in het kropje” Toch heb ik de eerste herinnering aan een film van Sneeuwwitje. Ik denk dat ik die later heb gezien. Ze heeft een rotleven bij haar stiefmoeder en begint dan ineens te zingen! Waar kom je dat nou tegen in het werkelijke leven? “Eens komt mijn prins voorbij, eens komt mijn prins voorbij” Ik vind het een magisch moment. Dat is wat me iedere keer treft in die musicals, operettes en musicals, Je volgt een verhaal en ineens beginnen er violen te spelen en ze beginnen te zingen. Goeie musicals en operettes hebben ook een goed verhaal. Je zit midden in dat verhaal als er gezongen wordt. Als je daar als kind voor het eerst mee in aanraking komt, denk je nog magisch en dan verwacht je, of liever gezegd, hoop je, dat dat je om je heen ook eens gebeurt. Er zijn ook video’s van een huwelijksaanzoek met muziek en een hele show. Dat meisje dat het overkomt, blijft er dan ook zowat in en wij als toeschouwers ook

Ik denk eigenlijk, ik DENK eigenlijk, dat de teleurstelling van het werkelijke leven met zijn onromantische stations en winkels ons het sprookje, de magie doet vergeten. Ergens in een hoekje van de ziel echter zit nog dat kind verstopt, dat kind dat in magie gelooft. Dat kind denkt dat ieder moment de stationschef in zingen kan uitbarsten en dat er dan duiven op zijn schouder landen. De volwassene weet dat dat natuurlijk niet gebeurt en helaas zijn we meestal volwassen.

Een prachtig voorbeeld van magie met zingen verweven is altijd nog The Sound of Music. Het is een wonderzoet verhaal, maar het is wel op werkelijke gebeurtenissen gebaseerd. Het is een spannend verhaal en er lopen verschillende lijnen door elkaar. Altijd als er kinderen in een film voorkomen en er wordt nog gezongen ook, ben ik trouwens al verkocht…
Bij het zoeken naar Flashmobs vond ik ook een Flashmob zonder muziek, maar waar de deelnemers vijf minuten lang ‘bevriezen’. Het lijkt me bizar om in het echt mee te maken, maar het ontroerde me niet zoals muziek bij een flashmob doet. Blijkbaar zijn muziek, ritme en dansen, gecombineerd met het onverwachte de ingrediënten voor de tranen in de ogen. Ik kwam bij dat zoeken trouwens ook een flashmob tegen met het liedje ABC, nota bene in ons eigen Antwerpse station. Deze kende ik nog niet:

Hij brengt helemaal het kind in me boven en de magie die ik nooit helemaal heb afgezworen, wordt weer helemaal naar de oppervlakte gebracht.
Ik blijf erin geloven dat er ineens iets om me heen gebeurt en dat ik dan midden in een flashmob terecht kom had ik al gezegd dat het kind in mij aardig aan de oppervlakte zit? Tot zo lang zal ik het met de beelden moeten doen. Gelukkig leven we in een tijd waarin we het tenminste op youtube kunnen zien…..