Categorie archief: logopedie

Hoe een 1-jarige alles alles nazegt……..

tiektak èkkèkuh (zakdoekje leggen)

eeeewei, eeewei ha hie haaahie haahieee (Edelweiss, Edelweiss, I ‘m so happy so see you)

tietukk (diepe druk) . Dat van die diepe druk is een sensorische Integratie term. Als een kind een beetje druk of overprikkeld is, geef je hem wat diepe druk om weer rustiger te worden

wordt vervolgd……

En omdat jullie misschien vergeten zijn hoe hij er uit ziet, volgt dan hier nog een fotootje:

Gas voor een huis……

Toen ik in 1970 begon te werken, bestond alleen nog het klassiek autisme. Kinderen die nu bekend staan met als diagnose PDD-NOS of Asperger, werden vroeger ‘levensdebiel’ genoemd, een term die ik altijd belachelijk heb gevonden! Ik werkte op een MLK-school waar dus intelligente autistische kinderen tussen zaten. Heel goed kan ik me herinneren dat ik een jongetje kreeg waarvan ik aan het gehoor twijfelde. Ik liet hem dus met zijn rug naar het raam staan om te kijken of hij me kon verstaan, weet ik veel! Hij maakte er een hele vertoning van en ging zich verstoppen achter de gordijnen. Op een gegeven moment las ik hem een Dick Bruna-boekje voor en hij vulde steeds de laatste twee zinnen feilloos aan. Toen ik hem vroeg of hij het boekje kende, wees hij naar de letters en zei: “Staat daar” Hij kon gewoon ondersteboven lezen! Volgens mij wisten ze dat in de klas niet…
Later op de Mytylschool in Dordrecht kreeg ik een ander jongetje. Mijn materiaal bestond in die tijd uit 2 puzzels, een aantal boekjes en en houten huizenlotto. Met dat materiaal en veel verbeelding verzon ik allerlei spelletjes waarmee ik de woordenschat, de zinsbouw,de werkwoordvormen, lidwoorden, persoonlijke voornaamwoorden enz. en de articulatie (uitspraak) kon oefenen.
Deze jongen had een grote voorliefde voor 1 plaatje uit mijn huizenlotto: het gasfornuis! Hij noemde het gasfornuis steevast gas voor een huis en de ijskast noemde hij altijd eikast. Waar het woord fornuis vandaan kwam, wist ik niet, maar ik nam hem mee naar de keuken en liet het ijs zien dat aan het vriesvak vastzat. “IJSKAST” zei ik,terwijl ik op het ijs wees, “IJSKAST” Hij vertrok geen spier en wees op het vakje waar de eieren in passen: “EIKAST”, zei hij en daar moest ik het mee doen. Hetzelfde probleem hadden we met de stofzuiger, door hem genoemd ‘stofschuiver’. Ik liet hem zien hoe de stofzuiger het stof opzuigt, maar hij schoof alleen maar met de stang en zei “stofschuiver”
Hoewel hij steeds beter ging praten, heeft hij die drie woorden nooit overgenomen. Ik kan daar zo intens van genieten!
Zo kende ik ook een kind (later heb ik weleens gedacht dat hij misschien Asperger had) die weigerde het woord bloempot te gebruiken omdat in een bloempot geen bloemen staan, maar planten. Dan wees hij op een vaas en zei: “Dàt is een bloempot en dàt (wijzend op een bloempot) is een PLANTPOT.
Onze taal is gebaseerd op afspraken, maar sommigen weigeren zich aan de afspraak te houden.
Ik heb gemerkt dat leerkrachten vaak erg veel moeite hebben met kinderen die lak hebben aan afspraken en regels. In plaats van de humor in te zien van een kind die eikast tegen een ijskast zegt, ergeren ze zich en geven het kind het predikaat ‘levensdebiel’ Jammer, want je mist de kans om iets unieks te zien in iets wat afwijkt van het normale…….

Onze vrienden die dit weekend zouden komen……

hebben hier in Zweden een ernstig auto-ongeluk gehad. Zaterdagmiddag rond enen zijn ze door onbekende oorzaak van de weg geraakt en tegen een boom geknald. Door de airbag hebben ze allebei een wervel beschadigd en onze vriend, die niet reed, heeft van de gordel, zijn borstbeen gebroken. Onze vriendin reed dus en heeft een enkel en een ellepijp gebroken. Verder zitten ze allebei onder schrammen en bloed, ook in hun gezicht. Ze liggen hier 255 km. vandaan in het ziekenhuis van Lidköping. Je zou toch zeggen dat een stad met die naam vlak bij Linköping zou liggen net als met de Drechtsteden, maar nee hoor!
Als ze er zaterdag nog liggen, gaan we naar ze toe. Ik zou er zo heen willen rijden, maar het is drie uur rijden, zes uur heen en weer en Leo kan niet mee want die moet werken. Ik ben bang dat ik ergens onderweg in slaap val of zo. Ik voel me er schuldig over, maar het kan even niet anders. Gelukkig liggen ze samen op een kamer….. Als ze naar Nederland zouden gaan, moeten ze eerst 4 dagen in quarantaine vanwege kans op de ziekenhuisbacterie. Ze moeten dus òf direct naar huis kunnen, of ze moeten eerst vier dagen in quarantaine voor ze in Nederland naar een ziekenhuis mogen. Daarom zullen ze er nog wel een poosje zijn, denk ik. Er was ook sprake van dat die enkel geopereerd moest worden, of toch niet. De Zweden zijn echt lekker duidelijk in dit soort zaken. Ik bel ze iedere dag op, meer kan ik ook niet doen……
Het in orde krijgen van het gastenhuisje is dus wat lager op de prioriteitenlijst komen staan Mariam. Maar ik krijg nog meer bezoek! Gisteren mailde mijn vroegere pleegdochter dat ze van de zomer een weekje wil komen ‘bijpraten’. Ik verheug me er onwijs op, net als op het bezoek van mijn oudste dochter, met man en kinderen, van Sjoerd en Maaike die op de fiets komen, een oud collega-logopediste, die in Zweden op vakantie is, de oudere zus van Sjoerd die na de bruiloft een nachtje komt en daarna komt mijn jongste dochter nog met 2 kinderen. Dan heb ik nog de bruiloft van Sjoerd en Maaike in Uppsala en ons eigen Batthem-buurtfeest bij ons thuis. Daarna ga ik met LIeke mee naar Nederland en dan is het al weer September!! Het enige waar ik echt van baal, is dat ik de ontmoeting met haar misloop, omdat ik dan net de bruiloft heb. Maar ja, dan zit er niets anders op dan dat zij een keer naar Zweden komt, of dat ik een keer naar Zwitserland afreis…….

Kattebeesten….

Hele regimenten huisdieren hebben we gehad. Daar waren allereerst de katten: 3x, 4x, 5x een nestje? Het geslacht Madelief en Kootje(kon helaas geen nageslacht produceren) met Dikkie als absoluut hoogtepunt, de liefste kat van de hele wereld. Hij werd spinnend geboren op het bed van een van de kinderen en hij is dat zijn hele leven blijven doen. Als er kinderen van de praktijk hem ondersteboven, achterstevoren optilden zodat zijn kop naar beneden bungelde en hem vervolgens op een tafeltje neerzetten, dan bleef hij braaf zitten om (volkomen onhandig tegen de draad in) geaaid te worden. Sommige kinderen waren zijn favoriet.(vooral een beetje bange, onzekere, autistisch-achtige kinderen). Als hij hun stem hoorde in de praktijk, kwam hij bij de deur zeuren of hij binnen mocht. Uiteindelijk is hij overleden aan een te groot hart, typerend voor hem. We hadden ook een debiele kat. Deze was geboren 2 dagen na de aardbeving van 1992 en had waarschijlijk in de baarmoeder een infectie opgelopen vanwege vuil vruchtwater. Haar broertje was nl. voor de aardbeving geboren en door de moeder verstoten. Ze werd ook helemaal niet krols tot ze ineens, toen ze 5 jaar of zo was, jongen kreeg, surprise! Eigenlijk ging dat beter dan ik had verwacht, alleen daarna werd ze onhoudbaar. Om haar steeds verder van haar weg kruipende jongen te beschermen, ging ze hele rare dingen doen en dat bleef zo toen de jongen al volwassen waren. Een vriendinnetje van mijn dochter werd aangevallen (Ze sprong gewoon tegen haar op en probeerde in haar gezicht te krabben), alleen maar omdat ze naar hond rook! Op een gegeven moment was ik een kind aan het behandelen en dit lag op haar rug over een grote bal heen, waardoor haar haar achterover viel. De kat interpreteerde dat als dat haar haren rechtovereind stonden en maakte zich klaar voor de aanval. Gelukkig zag ik het op tijd. Toen heb ik hem moeten laten inslapen, te gevaarlijk…
Kippen hebben we gehad, een moeder met 6 kuikens waarvan 1 een haan. Dat ging niet goed, dat beest ging steeds vroeger kraaien en Leo werd iedere morgen 2 minuten ervoor wakker. Die is naar de kinderboerderij gegaan. De andere kippen hebben nog lang geleefd, maar 1 kip was de absolute kampioen, deze werd 16 jaar! Op een gegeven moment was alles uitgestorven bahalve deze kip. Toen hebben we er nog een kip bijgekocht, maar die ging ook dood na een jaar of zes.
Konijnen hebben we ook gehad, ook een aantal generaties. Mijn zoon zette soms als verrassing het mannetje bij het vrouwtje en zette hem dan weer terug voor wij thuis kwamen. Dan hadden we weer een nestje.
Woestijnratjes ook. Hoe je haar ook probeerde in haar hok te houden, dat vrouwtje ontsnapte iedere nacht en ging naar haar man. Dan zat ze ‘s morgens een beetje schuldig te kijken en zong: “Stand by your man” . Alleen een hond hebben we nooit gehad. Dat was een van Leo’s huwelijkse voorwaarden. Hij wilde geen hond om hem niet uit te hoeven laten en voor de vakanties. Hij had geen bezwaar tegen een logeerhond af en toe, dus die hebben we wel gehad.
Toen de kinderen de deur uit gingen en wij vaker samen weggingen, hebben we besloten de huisdieren die we toen hadden langzaam uit te laten sterven en dan geen nieuwe meer te nemen. Uiteindelijk moesten we toch nog onze laatste kat kwijt zien te raken voor we naar Zweden gingen en dat is gelukt, kijk maar.

Als ik zo bij haar, bij haar en bij haar de kattenverhalen lees, en als ik zo bij haar en bij haar foto’s van die prachtige katten zie, dan denk ik er nog wel eens over om toch weer een kat te nemen. Deze week heb ik twee katten te logeren:


en nu weet ik ineens weer waarom we geen huisdieren meer wilden:

kattepootjes op de stoel

kattepootjes op de bank

katteharen op onze designstoel

en verder maken ze ook een ongelofelijke zooi...


Ze zijn errug leuk en errug gezellig en vooral ook errug gehoorzaam. Ik had ze meteen de eerste dag naar buiten laten gaan (Jessica zei dat dat kon) Binnen vijf minuten waren ze compleet verdwenen! Ik roepen en rrrrrrts: twee katten aan mijn benen. We doen het toch maar niet! Moet ik steeds alles wassen en zo, nee niks voor mij, dat hebben we gehad.

Was het moeilijk om mijn baan op te geven? (Deel 17, Mariam)

Mariam(geen blog) die mij al een hele tijd volgt, had de volgende vragen:

Toen Leo zijn aangeboden baan in Zweden aannam (ik ben ervan overtuigd dat jullie dat besluit samen genomen hebben), lag het uiteraard voor de hand dat jij jouw praktijk en werk op moest geven. Hoe moeilijk was dit besluit voor jou?
Want ik heb ondertussen wel begrepen dat jij met heel veel plezier, inzet en overgave jouw beroep uitoefende. Het was niet alleen je beroep van logopediste, maar ondertussen was het een heel gespecialiseerd ‘bedrijf’ geworden, je levenswerk.

Ik heb altijd op het standpunt gestaan dat iets goed moet doen of je moet het niet doen. Ik heb met zeer veel plezier in de kinderrevalidatie gewerkt, met hart en ziel. Daarna, toen de oudste naar Middelbare School ging, merkte ik dat ik mezelf in een spagaat voelde komen. Ik zat op mijn werk en zij kwam in een leeg huis!. Ik wilde een een flexibeler rooster hebben, dus ben ik een eigen praktijk gestart. Daar kon ik werken op de uren dat de kinderen naar school waren. Ook daar heb ik met hart en ziel gewerkt, ik heb de Sensorische Integratie op logopedie toepasbaar gemaakt en veel uitleg en hulp kunnen bieden aan (o.a hoogbegaafde) kinderen met of zonder prikkelverwerkingsproblemen. Toen kreeg ik kleinkinderen. Ik heb altijd gezegd dat ik een dag per week op mijn kleinkinderen zou passen. Toen ik de 60 naderde, had ik 4 kleinkinderen. Dat betekende 2 dagen oppassen. Mijn lenigheid ging ook iets achteruit (ik kon niet meer van de trampoline koppeltje duikelend overeind komen, in de ballenbak moest ik helemaal in kruiphouding voor ik overeind kwam) en ik merkte dat het hebben van een praktijk, het hebben van een zaak en het oppassen te veel werd. En als je te veel doet, doe je niets meer goed. Dus toen ik 60 werd, heb ik een knalfeest gegeven (Op Pinksterzaterdag!!) en afscheid genomen als logopediste. 1 (één!) week later kwam Leo uit zijn werk met de vraag of ik er bezwaar tegen had om een paar jaartjes in Zweden te wonen. Zonder met mijn ogen te knipperen heb ik ja gezegd!! Alleen SIGMA moest dus nog overgedaan worden. Gelukkig wilde Marieke, die mijn praktijk overnam, ook SIGMA gaan doen. Het doet me wel deugd dat mijn levenswerk, zoals jij het noemt Mariam, door verscheidene mensen wordt voortgezet. Marieke heeft een logopedische praktijk met sensorische Integratie en heeft dus ook mijn handeltje overgenomen, maar mijn dochter Lieke geeft nu als ontwikkelingspsycholoog cursussen aan leerkrachten over hoogbegaafdheid!

Een vraag hieraan verwant, mis je je praktijk (het werken met mensen) of geniet je nu van alle dingen die je doet, waar je vroeger niet aan toe kwam?

Het tweede antwoord volgt uit het eerste. Als ik het doe, doe ik het goed. Ik heb me nu helemaal op mijn tuin en dit huis gestort en inderdaad, hier heb ik wel altijd van gedroomd. Wat ik eigenlijk voornamelijk mis is kinderen. Nu mijn zweeds beter wordt, kan ik ook met kinderen al aardige gesprekken voeren. Ik heb hier trouwens al een meisje behandeld, in het Zweeds met ouders die ook engels praten als het moet. Verder geef ik Jessica (mijn nederzweedse bijdochter) af en toe een adviesje links en rechts. In Nederland (als ik er ben), behandel ik ook af en toe een kind, dus ik doe nog wel wat. Ik heb ervan genoten toen ik nog werkte en toen ik er niet meer onvertogen van genoot, ben ik gestopt. Ik weet dat ik in een luxe positie zit wat dat betreft en ik ben er erg dankbaar voor dat ik het zo kan doen, dat wel.
Ik wil nog:
– een boek schrijven over mijn ervaring met kinderen en hoe bijzonder ze zijn,ik oefen af en toe op mijn blog
– een familiegeschiedenis schrijven,
– leren naaien op een naaimachine,
– mijn genealogie verder uitzoeken,
– van alles wecken en koken en vriezen en daarover bloggen,
– MIJN GASTENHUISJE SCHOONMAKEN EN VERVEN(misschien tweede Pinksterdag beginnen)
– enz. enz.

Eva is ook logopediste (deel 15)

Eva, een van de mensen waar ik grote bewondering voor heb, om de eerlijke manier waarop ze haar leven beschrijft, heeft de volgende twee vragen gesteld:

1) wat maakte dat je indertijd de keuze maakte om logopediste te worden? een in die tijd – hier in belgië toch – niet zo’n gekend beroep…

Nou, ik heb even diep gegraven in mijn eigen archief. Ik zou toch zweren dat ik er ooit een logje ove geschreven heb hier in Zweden, maar waarschijnlijk heb ik het verhaal aan de familie van Jessica verteld toen we het koud buffet in elkaar aan het zetten waren.
Het is zo: ik had als kind een doof vriendinnetje, Ria Grip heette ze. We waren een jaar of acht, denk ik. Ria moest leren praten en liplezen, maar stiekem gebruikte ze gebaren. Stiekem leerde ze mij al die gebaren, dat vond ik natuurlijk prachtig. Het was best een innige vriendschap. Allebei zaten we ver van onze wijk op school (ik zat op een Montessorischool en dat was 25 minuten lopen) en dus sloten we vriendschap met elkaar. Op een dag was ik naar de Diergaarde geweest met mijn ouders en ik had OP EEN OLIFANT GEREDEN!! Helemaal opgetogen was ik en ik wilde het mijn beste vriendin vertellen, maar…….. ik wist niet hoe!!
Toen bedacht ik dat wat ik nu alleen met haar had (dat ik het niet kon vertellen) dat zij dat altijd met iedereen had! Ik ging naar mijn moeder en zei: “Moeder, ik wil later dove kinderen leren praten, hoe moet ik dat doen?” Mijn moeder zei: “Dan moet je logopediste worden”. Hoewel ik nog van alles meer wilde worden (dierenarts, moeder van een weeshuis, tolk/vertaalser) kwam ik toch steeds weer terug op logopediste. Dus dat ben ik geworden.
Hoewel ik nooit met dove kinderen heb gewerkt, ben ik de fascinatie om kinderen aan het praten, aan het communiceren te krijgen nooit verloren. Het was mijn grootste beloning als een kind zich kon gaan uiten na verloop van tijd (en soms bloed, zweet en tranen).

2) over de geneugten van de zweedse keuken: heb je al surströmming geproefd? zo ja: wat vond je ervan? zo nee: wat zou jou overtuigen het toch te proeven?

Leo en ik zijn al ons hele leven gek op alles wat met vis te maken heeft. Natuurlijk heb ik al Strömming gegeten! Natuurlijk vind ik het lekker! Voor diegenen die niet weten wat het is: het is jonge haring (iets groter dan sardines) en je eet hem in zijn geheel(alleen de kop er af), wel gebakken (In de olijfolie, hoe Zweeds!). In het voorjaar wordt er speciaal op gevist in de Botnische Golf, hele schoolklassen doen er aan mee (het is een keuzevak op school, net als jagen). SURströmming heb ik echter nog niet gegeten.
Ik wil het wel proberen, maar het is er nog niet van gekomen. Het is Midzomernachtseten en we hebben hier nog geen Midzomernacht meegemaakt. Surströmming is nl. diezelfde Strömming maar dan gefermenteerd. Er schijnt een vreselijke stank vanaf te komen. Je moet het blik buiten en onder water openmaken voor de stank en voor de druk die op het blik staat.Ik ben benieuwd, maar ik wil het zeker proberen. Op de Uni van Leo zijn de meningen over Surströmming sterk verdeeld. Je vind het òf heerlijk, òf je vindt het vreselijk. Ik kom er op terug waarschijnlijk na Midzomernachtfest.

jubuleumlogjesantwoorden Deel 11: Anoesjka

Anoesjka had de volgende interessante vraag:

Ik heb ook wel een vraag, uit beroepsinteresse: Wat vind je van de organisatie van de gezondheidszorg in Zweden? Wat is de plek van de huisarts en heb je er persoonlijke ervaringen mee?

In Zweden zijn overal VÅrdcentral’s, huisartsenposten dus. Als je daar binnenkomt, krijg je eerst een zuster te spreken en zij bepaalt of er een dokter bij moet komen. Als je de dokter te spreken krijgt, word je gebeld over wanneer. Leo heeft ooit (toen hij 50 was) een hartaanval gehad en daarbij bleek dat hij een aangeboren vernauwing van de kransslagaders heeft. Dat is aan de ene kant een voordeel en aan de andere kant een nadeel. Het voordeel is dat hij er altijd rekening mee heeft gehouden onbewust en zijn leven erop ingericht had en het nadeel is, dat het niet te behandelen is. Hij heeft toen ook medicijnene gekregen tegen hoge bloeddruk. Toen hij hier kwam wonen, moest hij natuurlijk op een gegeven moment nieuwe medicijnen hebben, maar dat ging zomaar niet. De arts wilde weten hoe het nu was en hij is dus uitgebreid door de molen gegaan. Daarbij bleek dat er een stof in zijn bloed zit die uit de lever moet komen, dus heeft hij een leverpunctie gehad. Het grappige is, dat je dan gewoon op de short stay moet komen van te voren als ze narcose gaan afspreken en bloed prikken. Als je daar dan ligt voor de punctie, ken je dus het personeel al, want zij hebben bloed afgenomen en zo. Je krijgt een kaartje met Leenard er op en iedereen spreekt je ook zo aan, van hoog tot laag. Na de opname (Leo heeft er twee gehad, want de eerste keer was de puntie mislukt), moet je dan een paar dagen later weer daar terug voor nacontrole en dan word je weer terugverwezen naar je eigen Vårdcentral. Ze hebben dus geen polikliniek van het Ziekenhuis, dat gebeurt gewoon op de afdeling.
De verpleegkundigen hier doen heel veel medische handelingen. De dokter controleert het geheel. Wat ik er van vind? Het is even wennen, maar waarom niet? Het is in ieder geval duidelijker. Bij ons in Puttershoek kwam je niet voorbij de assistente omdat die altijd de diagnose stelde: “het heerst” Ik heb ook een kijkje gekregen over hoe het met logopedische behandelingen gaat hier, maar daar ben ik toch echt minder over te spreken. Er worden veel minder kinderen behandeld dan bij ons en ook in een lagere frequentie. Er wordt veel tijd verdaan met rapporten schrijven en vergaderen. Zonde, want een aantal kinderen krijgt daardoor een ontwikkelingsachterstand, terwijl dat m.i. niet had gehoeven. Het feit dat je hier bijna niet ontslagen kan worden en dat iedereen hier zo relaxed is, heeft zo zijn schaduwzijden. Er wordt niet hard en langdurig gewerkt vind ik en de mensen nemen weinig hun verantwoordelijkheid. Ze kijken een beetje naar elkaar en denken : “Als zij het niet doet, doe ik het ook niet” Je bent hier als Nederlander al heel snel eigengereid of enthousiast(dat heeft hier een negatieve bijklank).