Categorie archief: observaties bij mensen

Flashmob: het blijft me mateloos ontroeren en boeien.

In mijn mail vond ik vanmiddag weer een Flashmob (bedankt Wim Vernes!), deze keer in de Bijenkorf in Amsterdam.

Ik vind ze geweldig en ik zet ze allemaal op mijn Facebookpagina. Maar waarom WAAROM ontroert dat nou zo vreselijk, vroeg ik me af.Toevallig vroeg een van de mensen die reageerde zich dat ook af, dus ik zal hier proberen dat gevoel te analyseren……
Als jong kind, ik was een jaar of drie, ben ik naar de bioscoop meegenomen voor een Disneyfilm. Dat was helemaal iets nieuws, een kinderfilm. Je had toen nog geen televisie Het moet Assepoester zijn geweest, want ik herinner me dat ik dagen erna heb lopen roepen: “De goede in het kopje, de foute in het kropje” Toch heb ik de eerste herinnering aan een film van Sneeuwwitje. Ik denk dat ik die later heb gezien. Ze heeft een rotleven bij haar stiefmoeder en begint dan ineens te zingen! Waar kom je dat nou tegen in het werkelijke leven? “Eens komt mijn prins voorbij, eens komt mijn prins voorbij” Ik vind het een magisch moment. Dat is wat me iedere keer treft in die musicals, operettes en musicals, Je volgt een verhaal en ineens beginnen er violen te spelen en ze beginnen te zingen. Goeie musicals en operettes hebben ook een goed verhaal. Je zit midden in dat verhaal als er gezongen wordt. Als je daar als kind voor het eerst mee in aanraking komt, denk je nog magisch en dan verwacht je, of liever gezegd, hoop je, dat dat je om je heen ook eens gebeurt. Er zijn ook video’s van een huwelijksaanzoek met muziek en een hele show. Dat meisje dat het overkomt, blijft er dan ook zowat in en wij als toeschouwers ook

Ik denk eigenlijk, ik DENK eigenlijk, dat de teleurstelling van het werkelijke leven met zijn onromantische stations en winkels ons het sprookje, de magie doet vergeten. Ergens in een hoekje van de ziel echter zit nog dat kind verstopt, dat kind dat in magie gelooft. Dat kind denkt dat ieder moment de stationschef in zingen kan uitbarsten en dat er dan duiven op zijn schouder landen. De volwassene weet dat dat natuurlijk niet gebeurt en helaas zijn we meestal volwassen.

Een prachtig voorbeeld van magie met zingen verweven is altijd nog The Sound of Music. Het is een wonderzoet verhaal, maar het is wel op werkelijke gebeurtenissen gebaseerd. Het is een spannend verhaal en er lopen verschillende lijnen door elkaar. Altijd als er kinderen in een film voorkomen en er wordt nog gezongen ook, ben ik trouwens al verkocht…
Bij het zoeken naar Flashmobs vond ik ook een Flashmob zonder muziek, maar waar de deelnemers vijf minuten lang ‘bevriezen’. Het lijkt me bizar om in het echt mee te maken, maar het ontroerde me niet zoals muziek bij een flashmob doet. Blijkbaar zijn muziek, ritme en dansen, gecombineerd met het onverwachte de ingrediënten voor de tranen in de ogen. Ik kwam bij dat zoeken trouwens ook een flashmob tegen met het liedje ABC, nota bene in ons eigen Antwerpse station. Deze kende ik nog niet:

Hij brengt helemaal het kind in me boven en de magie die ik nooit helemaal heb afgezworen, wordt weer helemaal naar de oppervlakte gebracht.
Ik blijf erin geloven dat er ineens iets om me heen gebeurt en dat ik dan midden in een flashmob terecht kom had ik al gezegd dat het kind in mij aardig aan de oppervlakte zit? Tot zo lang zal ik het met de beelden moeten doen. Gelukkig leven we in een tijd waarin we het tenminste op youtube kunnen zien…..

Botsing

Ben weer eens lekker stom geweest, maar ik had weer geluk….. Het zwembad ligt aan de ene kant van de weg en ik kom van de andere kant. Ik moet dan altijd doorrijden tot het stoplicht en daar maak ik een U-turn. Dan moet je natuurlijk goed uitkijken dat er ook geen auto’s komen die rechtsaf slaan jouw weghelft op. Dat doe ik ook altijd, maar vrijdag had ik toch niet goed opgelet want er was ineens een auto. Ik weet nog niet waar hij vandaan kwam, maar ik gaf hem een tik tegen zijn linkerachterkant met mijn rechtervoorkant. Doordat het zo glad was, werd hij eenvoudig opzij geschoven in plaats van dat het een harde botsing was. We stopten allebei en we kwamen uit onze auto. Ik verontschuldigde me uitgebreid en zei dat ik hem helemaal niet gezien had. Een andere auto was ondertussen ook gestopt en er kwam een vrouw uit. Ze hoorde me praten (met accent) en meteen negeerde ze me volkomen en zei tegen die man: “Nou, je hebt een getuige hoor! Ik heb gezien wat ze deed en dat mag absoluut niet. Dus je weet het; Ik ben je getuige!” Ik zei dat ik heel goed wist dat ik fout was en dat ik alle schade zou betalen. Nog steeds negeerde ze me. ” Heb je een pen en een papiertje, dan schrijf ik mijn telefoonnummer neer. Ik ben bereid om te getuigen in een rechtszaak” Ik zei nog een keer dat ik wist dat ik helemaal fout was en dat ik bereid was de schade te betalen. De schade bleek trouwens verschrikkelijk mee te vallen, want ik had hem gewoon weggeduwd over de gladde straat. Hij had schade op het plastic van zijn bumper, maar er was niks ingedeukt.
Gelukkig was het een hele vriendelijke man. Hij zei dat hij thuis wel even zou kijken wat de schade was en mij dan zou bellen. Die mevrouw was nog helemaal hyper en begon mij op de toon van een leerkracht tegen een stout jongetje te vertellen dat ik iets had gedaan wat absoluut niet mocht en dat dat heel gevaarlijk was. Compleet met vingertje voer ze tegen me uit. Ik heb het maar gelaten en die man ook. Ze heeft haar telefoonnummer opgeschreven en ik heb het mijne eronder geschreven. Ik heb er niks meer van gehoord. Ik denk dat hij zoiets had van: “ach het is alleen maar wat rubber en plastic, laat maar zitten”…
Het is wel een heel vreemd gevoel om genegeerd te worden waar je bij staat en dat er al vanuit gegaan wordt dat je jezelf schoon wilt praten alleen omdat je een accent hebt…. Het schijnt dat mensen met een donkere huidskleur en moslims dit soort dingen regelmatig meemaken, zelfs als ze professor zijn. Kijk, ik raak daar niet zo van ondersteboven, ik weet wat ik waard ben en kan mezelf heel goed verdedigen als het moet. Maar als je van jezelf al onzeker bent en misschien zelf ook al vindt dat je niet veel waard bent, kunnen zulke ervaringen heel traumatisch zijn.

Logeerhuisjesperikelen (3x woordwaarde)

Schreef ik het vorige logje over ons speelhuisje, deze keeer gaat het over het logeerhuisje. Het logeerhuisje is een flinke slag groter dan het speelhuisje. Er kan een tweepersoonsbed in en dan is er nog ruimte voor een kastje en om te lopen. Toen wij het huis kochten, was het logeerhuisje gebruikt als schuur. Het huisje stond op zes betonnen palen net iets boven de grond.
In het voorjaar van 2010, ben ik het gaan opknappen, dat wil zeggen schoonmaken en witten.


Zo zag het eruit nadat het gewit was….


Natuurlijk kan er geen water in het huisje zijn en dus ook geen WC, want dat zou ‘s winters bevriezen, maar het is toch heel gezellig als het ingericht is met gordijnen, een kast, wat posters aan de muur en een bed..

Vorig jaar kwam het huisje scheef onder de sneeuw vandaan: het was van de paaltjes afgegleden….

We wisten niet zo goed wat we moesten doen. De tuin is te veel omsloten om een kraan door te laten. Zelf zijn we niet zo handig of hebben 10 familieleden ter beschikking om het huisje op te tillen. Bovendien was er nog een ander probleem waardoor het huisje een beetje achennebbish logeren was. Op de bovenste foto kan je zien dat voor de deur de composthoop ligt. Doordat ik nogal veel snoeiwerk had gehad in het voorjaar van 2011, was die composthoop helemaal volgestort en waren we verder gegaan op het stuk ernaast dat eigenlijk moestuin was. Maar omdat de bomen achterin de tuin waren gegroeid sinds 1990 toen het huis gebouwd was, lag de moestuin nu de hele middag in de schaduw. Er lag een hele berg takken daar, vermengd met onkruid en geknipt gras. Ik heb heel hard moeten zoeken naar foto’s ervan, want die neem je natuurlijk niet als iets lelijk is. Tenslotte heb ik er een gevonden:

Na een jaar bedenktijd en aarzelen, heb ik dit voorjaar maar eens de grote stap genomen om een tuinman te vragen. Ik doe dat altijd op gevoel en inspiratie en dat gaat eigenlijk altijd goed. Ik kijk op Internet naar de namen en de naam die me het meeste aanspreekt, bel ik.Toen de tuinman voor de eerste keer kwam, hebben we de hele tuin doorgelopen en alle knelpunten bekeken. We kwamen dus ook bij het huisje . Ik vroeg of hij ook zoiets aanpakte, maar dat ontkende hij. Maar, hij had wel een neef en die zou hij weleens vragen. Zo kwam ik dus aan Tobbe.
Tobbe heeft een geweldige daad verricht. Niet alleen heeft hij Het huisje op een stevige fundering van stenen gezet, maar hij heeft ook een drainering onder het huisje gemaakt en een regenpijp aan de voorkant gemaakt. Dat was nog niet alles: hij heeft het huisje op mijn verzoek ook anderhalve meter naar achteren gezet, zodat de tuin groter is! Omdat het huisje nu veel hoger staat heeft hij een plankier/trapje/terrasje gemaakt. Ondertussen heeft de tuinman alle compostgedoe en takken weggewerkt en de ‘moestuin’ geëgaliseerd en op de hoogte van het grasveld gebracht. Daarna heeft hij overal gras gezaaid en in 1 seizoen heb ik nu een grasveld waar eerst een woestenij was.

Met regenscherm boven en opzij. Ik ga nog een kast daar neerzetten, zodat iedereen zijn schoenen droog kan uitdoen en in het kastje zetten.



GRAS!!


Toen de tuinman enkele weken geleden weer eens op kwam dagen, liet ik hem trots het huisje zien, maar hij keek zuinig. De opening tussen de stenen van de fundering was te groot, vond hij. Er zouden wel eens grävlingen kunnen komen en daar een nest bouwen. Toevallig had ik op een puzzel voor de kinderen gezien dat dat dassen zijn. Ik werd erg enthousiast bij het idee dat ik dassen in mijn tuin zou krijgen, maar de tuinman kon mijn enthousiasme niet delen. Ik vertelde hem dat dassen in Nederland beschermd zijn en erg zeldzaam, maar dat is hier niet zo en ze mogen niet onder mijn huisje, want anders gaat mijn hele fundering eraanm zei hij. Teleurgesteld ging ik akkoord dat hij Tobbe zou bellen voor een oplossing. Tobbe verscheen al enkele dagen later en heeft overal gaas voor gezet….geen dassen in mijn tuin dus.

Maar dat is nog niet alles. In augustus (wanneer weet ik niet) komt de tuinman terug en gaat aarde storten en dan krijg ik een nieuwe border aan de zijkant van het huisje en de rest van waar nu stenen zijn komt ook aarde en daar wordt gras gezaaid en een paadje aangelegd van het huisje naar het gras. Het wordt MOOI!! Ik heb al vrouwenmantel uitgestoken (groeit hier in het wild) en ik heb nog jonge stokroosjes staan, die staan vast mooi tegen het huisje aan. Misschien zet ik er ook wel een vlinderstruik en natuurlijk lavendel. Dan moet er nog iets wits komen, misschien een wit struikroosje, of vingerhoedskruid, wit vingerhoedskruid JA dat is het of niet?! Zo mijmer ik nog wel even door…. Ik ben helemaal gelukkig!

Ze blogt weer!!!

Toen ik er was, vorige week dinsdag, wist ze het nog niet zeker. Maar nu is het eerste logje een feit. Dat logje straalt weer helemaal de oude warmte uit van voor de radiostilte. Die warmte, die liefde voor haar gezin en alles waar ze mee in aanraking komt, hoort bij haar. Daarom wordt haar blog ook zo veel gelezen.
Als je binnenkomt, ruikt het al naar versgebakken brood dat op tafel af staat te koelen.

Overal is wel een kind (er is ook een logé, later komt nog een vriendinnetje) aan het lezen, aan het spelen, of komt even om het hoekje kijken en een hand geven, allemaal heel ontspannen.
De gesprekken komen ook zomaar op gang. Doordat je elkaars blog leest, ken je elkaar heel goed,ook van karakter. Je hoeft allerlei dingen niet helemaal uit te leggen of nog een keer te vertellen. Hoogstens geef je wat aanvulling over wat je NIET op je blog hebt gezet……. Het is allemaal zo vertrouwd, alsof je al jaren bij elkaar over de vloer komt.
Het is maar weer eens bewezen: BLOGGEN VERRIJKT HET LEVEN!!

Henk - op de arm van zijn moeder - wil niet op de foto

“Dames, drie rijen!!!!”

Niet voor niets is al haar derde boek/(zijbalk) onlangs uitgekomen. Ze schrijft heel leuk en vermakelijk. Laatst had ze een logje over smartlappen(zeikliedjes, 4 dec.) Sinds ik bij van Melle de snoepfabriek heb gewerkt in de vakantie, heb ik een heel eigen leefwereld bij het horen van smartlappen.
Ik was 15 denk ik en ik ging in de grote vakantie een paar weken in de snoepjes- en suikerwerkfabriek werken. Er ging een wereld voor me open kan ik jullie wel vertellen. Die meiden hadden al een heel leven achter de rug met hun zestiende. Ik heb daar uitdrukkingen leren zeggen waarvan ik de strekking absoluut niet begreep. Ik ga ze hier niet herhalen want nu begrijp ik de strekking wel, behalve de absotuut allermildste “Jij?. Jouw moeder heeft jou door de WC gespoeld en je nageboorte aangekleed!” Dat soort uitdrukkingen hoorde je absoluut niet op het ‘Montesseurilyceum” waar ik op zat. Ook het fabrieksleven zelf was een heel nieuwe ervaring voor me. Op een gegeven moment stond ik aan de machine die pepernoten uitspuugde en ik moest ze in zakken scheppen. Dat kon ik goed zo moeilijk is dat tenslotte niet. Toen moest ik naar de WC, eerst nog even gewacht en aan iemand gevraagd of ik naar de WC kon, maar daar kwam niet echt antwoord op. Dus ging ik op een gegeven moment gewoon. Toen ik terugkwam, kreeg ik op mijn kop, iedereen in paniek, pffff. Ik had niet naar de WC gemogen; ik had moeten wachten tot ik afgelost werd….. Het schijnt dat de pepernotenmachine verstopt dreigde te raken.
In ieder geval over die smartlappen. Picture this: een lange lopende band met aan twee zijden vrouwen die de koekjes die er op liggen in blikken doen. Het zijn grote vierkante blikken. Er komen drie lagen koekjes boven elkaar van vier rijen.In die tijd werden nog koekjes in de winkel afgewogen. Als het blik een kilo woog, kon het dicht. De vrouwen die de koekjes in blikken doen, het zijn er ongeveer 20, vullen het blik bovenin niet helemaal vol. Ze zetten de blikken op een andere band en daar zitten twee vrouwen de blikken te wegen, halen er wat koekjes uit,vullen wat koekjes aan als het moet en geven tegen de vrouwen aan de lopende band door hoeveel rijen koekjes ze op de bovenste laag moet inpakken, soms drieenhalve rij, soms drie rijen als de koekjes wat zwaarder zijn uitgevallen. Het gewicht van de koekjes schommelt blijkbaar enigszins. Alle vrouwen zingen.
Ook de liedjes, die zij blijkbaar allemaal kennen, zijn voor mij compleet nieuw. Met een huilerige stem zingen ze: “Aàààààchter in het stille klooster, klopt een ààààrme moeder aan” Ineens roept een van de weegsters: “Dames, DRIE rijen!!” Even valt het lied uit het ritme, maar al snel gaan ze weer door. “ligt mijn Zooooon hier zwaargewond soms?” Weer wordt het ritme gestoord doordat er nu iets dringender wordt geroepen:”Daaames DRIE RIJEN!!” Even is iedereen van zijn apropos, maar al snel hervinden ze hun stem en melodie. “En in tranen valt zij neder. Dehelf voor mij en hem een graf” Ineens klinkt het in onvervalst Rotterdams keihard: “DAMES!! DRIE RIJEN, ANDERS PLEUR IK DE HELE ROTZOOI TERUG OP DE BAND!!!!!”
Dat zijn mijn herinneringen aan smartlappen. Als ik ooit weer eens smartlappen hoor, kan ik een glimlach niet onderdrukken en zie en ruik ik weer die oude snoepjesfabriek naast het Feijenoordstadion.

Maandag was de begrafenis…

En nog, nog ben ik in een soort roes, een soort rouw. Ik ben in Nederland, maar ik wil alleen mijn kinderen en kleinkinderen zien, verder heb ik nergens fut voor. ‘s Nachts maak ik de vreemdste dingen mee, waar hij ook een rol in speelt. Vandaag ben ik met mijn kleindochter het cadeau gaan kopen voor haar zesde verjaardag morgen: nieuwe verjaardagskleren! We zijn met de bus en de Metro gegaan, want ik kan niet rijden hier. Mijn rijbewijs is bij de zweedse transportdienst voor een zweeds rijbewijs en bovendien was het maar tot 19 maart geldig. Morgen krijgt mijn kleindochter als verjaardagscadeau van haar ouders een dagje Efteling en ik ga ook mee. Daar heb ik wel zin in hoor, maar tegelijkertijd is er dat loden gevoel…. Als IK dat al heb, kun je wel nagaan hoe zijn moeder en vader en zijn nieuwe vriendin die overal met haar neus bovenop zat zich moeten voelen!Het valt me altijd weer op met zulke gelegenheden dat ik een soort woede heb, die zich op de gekste details richt. Na het condoleren kreeg je een glaasje drinken en daarbij werden dan van die grote plakken cake geserveerd. Ik word daar zo kwaad van! Rot op met je verschrikkelijke gekochte cake! Bij iedere begrafenis waar ik een vinger in de pap had, heb ik gezorgd dat er kleine chocolaadjes of gewoon boterkoekjes bij de kofie geserveerd werden, geen gevulde koeken of cake. Verder gaat het wel goed met me hoor! Ik heb weer veel geleerd. Met bewondering heb ik gezien hoe sommige mensen boven zichzelf uit kunnen stijgen en zich waarlijk KONINKLIJK kunnen gedragen in een bizar verdrietige situatie. Misschien ga ik vrijdag nog even langs. Zaterdag vieren we de verjaardag voor de familie en dan zit ik weer in Zweden, met mijn Farmville-boerderij.

Staartje-van-de-winter-depressietje….

Nou, jullie hebben het allemaal al min of meer gemerkt: de winter heeft me toch nog te pakken gekregen. Ik kreeg allemaal lieve mailtjes en commentaartjes en er was ook een lieve vriendin die me zelfs even skypte om te horen hoe het nu gaat. Nou Janneke staat in haar vrij en is een stuk naar beneden gevallen, maar ik hoop dat ik de bodem zo’n beetje bereikt heb. Nu is het zaak om weer naar boven te klimmen, daar zie ik nog even tegenop. Ik heb 14 dagen niks aan mijn zweeds gedaan, bijna niks aan mijn blog gedaan, bijna niks gelezen bij jullie allemaal. Ik heb al weeeeeken niet naar mijn quiltje gekeken. Ik ben een beetje naar binnen gekeerd. Ik heb niet helemaal niets gedaan hoor! Ik heb een nieuwe voorraadkast gemaakt met Ikeaplanken , ik heb twee Malmkastjes in elkaar gezet, ik heb zaad gekocht om tomaten en paprika’s te zaaien en zaaibakjes om mijn eierdozen in te zetten (van die supergoedkope braadsleetjes) zodat alles precies op de vensterbank van de badkamer past. Daar is het nl. constant 22 gr. voor de ontkieming van het zaad. Gezaaid heb ik nog niet, maar dat komt dan misschien deze week. Ik ben mijn fototoestel aan het uitproberen, maar dat valt ook nog niet mee. Ik heb er last van dat ik een beetje weinig in beweging geweest ben. ‘s Morgens kan ik niet wakker worden en ‘s avonds ben ik niet in bed te krijgen. Ook mijn eetpatroon is een zooitje. Donderdagochtend zag ik opeens het licht. Ik dacht: “Ik heb gewoon een winterdepressie!” Ik ken dit vanuit Nederland, maar hier heb ik het nog niet gehad. En jullie kunnen het gek vinden of niet, maar het heeft wel te maken met die twee botsingen. Vooral die tweede waar ik het helemaal niet heb zien aankomen en waar dat gedonder met die politie nog bovenop kwam, heeft mijn hele systeem geschokt. Daar kwam het vooruitzicht dat ik de auto niet meer kon gebruiken en een mogelijke schuld van ettelijke duizenden Euro’s bovenop en ik was gezien. Maar goed: ik heb mezelf vandaag een grote rotschop gegeven en morgen ga ik weer voor het eerst naar Zweeds met NIET gemaakt huiswerk. Ik voel me weer helemaal dat meisje op de Middelbare school die schoorvoetend op maandagmorgen naar school gaat met het vooruitzicht een uitbrander te krijgen van de juffrouw, maar ja: ik ga toch. Ik loop nu drie testen achter. Ik weet dat ik het zo kan inhalen, ik heb er ook al naar gekeken. Alleen ik moet het wel DOEN en niet alleen er naar staren.

“Wat doet de aorta?”

Dit onsterfelijke grapje van Paul van Vliet als Majoor Kees (‘testkees’) is in ons gezin een vaste uitdrukking geworden als we weer eens moeten worstelen met het probleem divergent denken contra convergent denken…..
Het antwoord is overigens: “De aorta vertakt zich”
Over dit onderwerp heb ik lezingen gegeven, dus let goed op allemaal. De meeste mensen denken convergent, dat wil zeggen : ze rubriceren en delen in. De meeste lotto’s en een aantal memories zijn op dit fenomeen gericht en trouwens de meeste leerstof ook. “Wat hoort er bij een kopje?”wordt er gevraagd en 99% van de mensen denkt convergent en zegt: “een schoteltje” en dat is HET juiste antwoord. Nu kan een kleine minderheid van de mensheid niets met zo’n vraag, want er kunnen wel 1000 dingen bij een kopje horen. (een beker, een lepeltje, een koekje, een bord, een verfschort als je oude kopjes gebruikt om verfwater in te doen, zelfs een tante als jullie alleen meer uit een kopje drinken als je tante op visite komt). Stel je dan ook aan een divergent kind deze vraag, zal hij/zij aarzelen en misschien wel zeggen: “Ik weet het niet”, waarmee hij niet bedoelt dat hij niets kan bedenken, maar dat hij niet weet wat de vraagsteller wil horen. Misverstand 1. De juffrouw denkt:”Is dat kind nou hoogbegaafd? Hij weet niet eens wat er bij een kopje hoort..” Verder ga ik niet met mijn lezing. Dit was alleen maar de inleiding van wat er vandaag weer gebeurde. Tegenwoordig kan ik er om lachen, maar als kind vond ik het zo onrechtvaardig!
We zijn op het ogenblik met samengestelde zinnen bezig en met liggen en leggen, met verbranden (,Wat iemand doet) en branden, met zetten en zitten, met wekken en ontwaken enz. enz. Als je het eenmaal weet, is het heel simpel. We krijgen dan altijd drie bladzijden oefenstof. De eerste twee bladzijden is invullen welk werkwoord in welke vorm in de zin past en bij de laatste bladzijde wordt een vraag gesteld en dan mag je hem naar eigen inzicht antwoorden. Ze zei er nog bij, dat je zelf mag verzinnen hoe je hem afmaakt als het maar grammaticaal correct is. Dat hoef je dan tegen mij maar 1x te zeggen natuurlijk. En weet je, het is nog niet eens dat ik opzettelijk van die barre zinnen maak. Ik kom ook gewoon niet op het idee om de vraag volgens de gangbare manier te beantwoorden. De volgende vraag is een goed voorbeeld: Wat doe je met je boeken als je ze uitgelezen hebt?” Ik zit dan te piekeren op zo’n vraag. Ja, wat doe je dan? Je hebt ze niet meer nodig….. Je kan ze weggeven, maar je weet niet of een ander iets heeft aan een Zweeds werkboek vol gemaakte invuloefeningen. We hebben een hele rits werkwoorden gehad, veel meer dan in het Nederlands bestaan (zo hebben ze een eigen werkwoord voor het in slaap helpen van iemand wat op slapen lijkt, maar wat je alleen gebruikt als je iemand in slaap brengt of – helpt) Ze hebben ook twee werkwoorden voor verdrinken, één voor als je iemand verdrinkt of iets en één voor als je zelf verdrinkt. Het leek me wel leuk om dat dan in dit geval te gebruiken. Ik antwoordde dus: “Dan verdrink ik ze”. Eigenlijk doe ik dat om de leerkracht tegemoet te komen. Ik had een heleboel dingen kunnen antwoorden, maar dat ging dan niet over een van de werkwoorden die we moesten oefenen. Maar natuurlijk was het niet goed. Ik had moeten antwoorden dat ik ze dan in de kast zet! Weet ik veel! In geen 100 jaar zou ik zo’n antwoord bedacht hebben. Een beetje onrechtvaardig vind ik het echter wel. Ze zei nog speciaal dat we zelf het antwoord op de vraag mochten verzinnen als het maar grammaticaal correct was! We hebben nu een ander leerkracht gekregen en deze is wat minder onzeker dan de vorige, maar ze is natuurlijk nog steeds erg Zweeds. Ik denk dat ik het over een poosje wel goed met haar kan vinden……… Ze moest tenminste wel lachen om mijn zin…….

‘ff’ naar de dokter deel 2

Zoals ik al zei in Deel 1: de dokter kwam om kwart over twee. Ze begon weer alle vragen opnieuw te stellen, nam weer van allebei de bloeddruk op en de saturatie, ging weer de longen beluisteren. Daarna verlelde ze dat op de röntgenfoto niets te zien was en die verhoogde bloedwaarden leken haar geen probleem, maar ze zou voor de zekerheid de infectieziektenspecialist (scrabblewoord) even vragen… en dan zou ze weer terugkomen. Na een half uur werd er een apparaat naar binnen gerold met een zuster er achteraan. Of Leo maar even wilde gaan liggen, want er moest even een ECG gemaakt worden. Ik protesteerde, want hij had er al twee gehad vandaag! “Ja, dat weet ik”, zei ze, “maar de dokter wil toch nog even een nieuwe hebben” Daarna was het een kwartier stil en toen kwam dezelfde zuster binnen en ze wilde nog even bloed van Leo hebben! Daarna gebeurde er zeker een uur niks, niks, nada. Ondertussen was het half vier. Daar kwam de dokter weer! Ja, ze had even op de uitslagen van Leo’s bloed moeten wachten, maar het was duidelijk: Ik kreeg een hoestdrankje, meer niet. Waarschijnlijk is de infectie op zijn retour en als de longen wat rust krijgen door mijn hoestdrankje, zal het wel snel beter gaan. Voor Leo lag het allemaal wat moeilijker. Hij slikt nog antibiotica, dus ze weten niet of het bij hem op zijn retour is. Bovendien wilde ze nog een laatste test doen en dan nog even overleggen met de arts. Hij heeft nogal wat medicijnen al en het is moeilijk om een goed medicijn te vinden waar zijn andere problemen niet verkeerd op reageren….. Ze zou terugkomen….. Kart voor vier was het…….. Wij wachten en wachten en wachten. We riepen al : PIZZA, maar er gebeurde niks. Het werd kwart over vier, half vijf. Leo kreeg een aanval van claustrofobie en ik kreeg pijn in mijn rug van het voortdurend gespannen zitten en sussen. Ik zeg tegen Leo: “Zal ik op de bel drukken?”(We hadden een bel gekregen waarmee je de zuster kan bellen als er iets is) Aarzelen, aarzelen, nog even uitstellen. Tenslotte heb ik om kwart voor vijf op de bel gedrukt. Het duurde, denk ik, daarna nog tien minuten voor er een zuster kwam. We legden uit dat we weg wilden en Leo zei dat hij een vergadering had om vijf uur (op skype) wat ook waar was trouwens. De zuster zei, dat ze het wel even ging vragen, maar dat ze niks kon beloven, want het was erg druk op de afdeling. Die ervaring hadden wij helemaal niet, het was lang niet zo druk als op ER. Nu werd Leo echt een beetje bozig en inderdaad: binnen twee minuten stond de dokter op de stoep, zich verontschuldigend dat het zo lang had geduurd, maar dat er een bloedwaarde nog niet bekend was geweest. Toen kwam het: “Dan neem ik nog even 1 testje bij u af meneer. Dat gaat arterieel en daarvan komt de uitslag al na tien minuten binnen. Dan hebben we echt alles gehad”
En hij werd roder en hij werd roder, hij barstte bijna uit elkaar Leo stak zijn arm al uit en de dokter zelf ging bloed uit zijn pols halen….. Nu heeft Leo hele moeilijke aders en blijkbaar ook slagaders, dus het lukte niet, he lukte niet de tweede keer. Toen moest ze terug om nieuwe naalden te gaan halen. Hij zou in ieder geval een medicijn krijgen wat hij vanavond en morgen ochtend moest innemen, dus moesten we ook nog langs de apotheek. Maar gelukkig kon hij het ook van het ziekenhuis krijgen en Toen Leo echt bijna ontplofte, konden we ook thuis gebeld worden voor de uitslag van die laatste bloedtest. Eindelijk eindelijk konden we weg! Het was intussen tien over vijf!
Achteraf analyserend kom ik tot de conclusie dat voordelen gemakkelijk in nadelen kunnen omslaan. De zweedse samenleving is gebaseerd op consensus. Iedereen kan goed met elkaar samenwerken, maar de mensen zijn bang om beslissingen te nemen, verantwoordelijkheid te nemen. Vandaar dat alle testen nog een keer worden overgedaan en nog een keer, want dan heb je het in ieder geval nog een keer gedaan en als de uitslag dan iedere keer eensluidend is, moet er in godsnaam dan toch maar een beslissing genomen worden na overleg met iemand anders.Dan kost natuurlijk sloten tijd. Iedereen in Zweden schikt zich daarnaar, behalve zo’n stelletje opgewonden Hollanders.
Vanmorgen werden we opgebeld dat de uitslag van de laatste test is, dat Leo geen sinaasappels en bananen meer mag eten, want daar zit potassium in en dat kan hij niet goed afbreken of zo. Morgen moet hij weer bloed laten prikken in het ziekenhuis en donderdag moet hij terug naar de dokter. Ik weet nog niet of ik meega, maar veel zin heb ik er niet in. Leo heeft zich in ieder geval heilig voorgenomen om nooit meer zijn mond open te trekken als hij medische klachten heeft……

Het valt, zeg maar, ook echt niet altijd mee om mij in de klas te hebben, ook voor mij niet, hoor!

Verschrikkelijk eigenwijs ben ik! Soms echt wel eens niet terecht. Maar over taalregels hoef je mij niks wijs te maken. Ik was zo’n leuk offensief begonnen tegen mijn leerkracht, een aardigheidsoffensief om haar zelfvertrouwen op te krikken. Ik heb het meteen de grond ingeboord, maar dat komt omdat ze het de klas verkeerd leert. Dat kàn toch niet, zeg nou zelf……
Ik stel altijd van die moeilijke vragen, altijd van die vragen die pas in hoofdstuk 23 behandeld worden. Bovendien ken ik de termen dan niet voor wat ik wil vragen, dus dan zie je ze al fronsen, de leerkrachten. Ze had ons een prachtig schema gegeven over de volgorde van de woorden in een hoofdzin en in een bijzin. “Werkt altijd” zei ze en ze vroeg een aantal zinnen om ons te laten zien dat het inderdaad altijd werkte. Nu had ik al meteen de vraag gesteld waar het naamwoordelijk deel van het gezegde dan hoorde, maar ja, ik kende de term niet in het zweeds en liet het dus maar overgaan toen ze begon te fronsen. Toen moesten we klassikaal een aantal zinnen en bijzinnen maken en dan het schema er op loslaten. De zin:’ hij onderzocht mij, want hij is dokter’ . Nou, je voelt hem al aankomen: dokter werd als lijdend voorwerp gerekend. Dat kon ik echt niet over mijn kant laten gaan en ik weet dat ik dan van die felle fanatieke ogen krijg, maar toch! Ik vind gewoon dat dat niet kan! Wat er dan altijd gebeurt en het is mij zeker 10-15x gebeurd, is dat de leerkracht boos wordt en zich persoonlijk aangevallen voelt. Ze probeert dan haar fout onder tafel te moffelen en ik word genegeerd. Ik kreeg meteen de volgende beurt niet, wat belachelijk was, want ze gaat het rijtje af en ze slaat mij gewoon over…… Ik heb het deze keer gelaten, maar vroeger ging ik dan nieuwe vragen stellen om serieus genomen te worden en wat er dan gebeurt is een studie waard. De leerkracht wordt steeds geïrriteerder, kan steeds minder luisteren wat ik nu eigenlijk vraag en antwoordt dus steeds slechter op mijn vragen, waardoor ik meer ga vragen. DAN is er iemand, of soms zelfs meerdere personen, die de leerkracht gaat verdedigen!! Op zijn zachtst wordt dan gezegd: “Kunnen we doorgaan met de les mevrouw” of iets van die strekking. Het is me echter ook wel eens overkomen dat iemand me toebeet: “Houdt u nou eens gewoon uw mond mevrouw! Wij proberen naar de leerkracht te luisteren en u komt er steeds tussendoor met uw irritante vragen!” En ik blijf alleen maar vragen omdat ik geen antwoord krijg op een RELEVANTE vraag. Op een gegeven moment kreeg ik dat door hoe dat werkte en toen heb ik bijna een hele cursus mijn mond gehouden. Dat was de cursus ‘Dyslexie bestaat niet’ van De Haan. Alleen die titel al, daar gaan je tenen toch van kromstaan? Het leuke was, dat ik toen het fenomeen bij iemand anders zag optreden, iemand anders die steeds hele relevante vragen stelde en de vinger op de zere plek legde. Hij had onder andere bepaalde regels en daar waren dan uitzonderingen op. Een bladzijde of 100 verder waren de uitzonderingen ineens de regel en was de regel de uitzondering geworden, zulke dingen. Als ze hem daarop wees, werd ze door een ‘discipel’ afgebekt….
Best griezelig trouwens hè, zulke mechanismen? Als dat zelfs met volwassenen nog zo werkt, kan je nagaan hoe vogelvrij een kind is waaraan een leerkracht zich ergert om welke reden dan ook. Moet je nagaan hoe groot je verantwoordelijkheid is als leerkracht…..